De Romeinen importeerden hout uit het noordoosten van Frankrijk om gebouwen in de hoofdstad van hun rijk te kunnen realiseren. Dat schrijven Britse, Duitse, Italiaanse, Tsjechische en Zwitserse onderzoekers in het wetenschappelijke tijdschrift PLOS ONE op basis van de houten resten van een Romeins portiek dat in Rome is opgegraven.

De Romeinen hadden ontzettend veel hout nodig om hun hoofdstad te kunnen realiseren. De bossen rondom de hoofdstad van het Romeinse Rijk werden weggekapt, evenals veel bosgebieden in het Apennijnengebergte dat door Italië loopt. Naarmate het rijk groeide, werd de houtkap in andere landen uitgevoerd, zoals in Marokko en Libanon.

Er is nog altijd veel onduidelijk over hoe de Romeinen daarna hun rijk van hout voorzagen en hoe de handel en logistiek binnen het rijk werkte. Uit het nieuwe onderzoek blijkt dat de Romeinen hun hout bijvoorbeeld ook uit het hedendaagse Noord-Frankrijk haalden.

Het onderzoek werd mogelijk gemaakt door de vondst van het portiek van een luxueus bouwwerk in 2014. Tijdens de aanleg van een metrolijn in de buurt van de San Giovanni in Laterano-basiliek in het centrum van de stad werden 24 eikenhouten planken gevonden. De meeste planken waren ongeveer 3,6 meter.

Analyse van het materiaal toonde aan dat het hout was gekapt in het Juragebergte tussen Frankrijk en Zwitserland, tussen 40 en 60 na Christus.

Vondst bewijst belang van houtimport voor Romeinen

De afstand van de vermoedelijke kaplocatie naar Rome bedraagt ruim 1.700 kilometer. Om grote massa's hout over die afstand te vervoeren in een tijdperk zonder gemotoriseerde voertuigen of asfaltwegen, zal behoorlijk veel moeite gekost hebben.

Het onderzoek laat daarom volgens de archeologen zien hoe belangrijk de houtimport voor de Romeinen was, als ze zo veel moeite wilden doen om aan het materiaal te komen.

Vermoedelijk werd het materiaal vanuit het Juragebergte via twee rivieren, de Saône en de Rhône, naar de Middellandse Zee vervoerd. Daarna zou het via de rivier de Tiber Rome in zijn gebracht. Hier is echter nog geen concreet bewijs voor gevonden.