Zestien miljoen jaar geleden vlogen springstaarten mee op de rug van vliegende termieten. Dat blijkt uit fossielen in barnsteen, die Amerikaanse en Franse onderzoekers beschrijven in het wetenschappelijke vakblad BMC Evolutionary Biology.

De Symphypleona-variant van de springstaart, een geleedpotig dier dat niet groter is dan 6 millimeter, komt over de hele wereld voor. Het dier kan echter niet vliegen en volgens onderzoeken zou het dier vroeger zelfs onder de grond hebben geleefd.

Het dier dankt zijn naam aan een orgaan bij de onderbuik, waarmee het weg kan 'springen' van gevaar. Dit orgaan is alleen niet sterk genoeg om de springstaart lange afstanden te laten springen.

Hoe het dier zich dan alsnog over de zee naar andere continenten heeft kunnen verspreiden, was dan ook onduidelijk voor wetenschappers.

Ook onduidelijk hoe springstaart kon overleven

Hoewel de springstaarten al miljoenen jaren bestaan, is het niet duidelijk hoe het dier al die tijd heeft kunnen overleven.

De vondst van 25 springstaarten op en nabij de rug van gevleugelde termieten, voor eeuwig vastgelegd in barnsteen, zou volgens de Amerikaanse en Franse wetenschappers de vraag kunnen beantwoorden hoe het dier zich heeft verspreid naar andere leefgebieden.

Het barnsteen is zestien miljoen jaar oud en werd gevonden in de Dominicaanse Republiek. Het sluit aan op eerdere vondsten van meeliftende springstaarten. Zo vonden paleontologen al eens springstaarten in het Caribische gebied en Europa, die op de rug van een kever, een hooiwagen en een eendagsvlieg zaten.

Fossielen tonen niet eerder gezien gedrag van springstaart

Toch komen dergelijke vondsten niet vaak voor, want het moet maar net voorkomen dat dergelijk gedrag wordt vastgelegd in een fossiel.

Niet alleen toont de nieuwe vondst, samen met de eerdere enkele ontdekkingen, aan hoe dergelijke diersoorten meeliften met insecten, maar het is ook een van de weinige momenten dat een springstaart wordt gezien in interactie met een andere diersoort.

Hiermee laat het onderzoek volgens de wetenschappers zien dat dergelijke vondsten niet alleen een beeld geven van vroeger dierengedrag, maar ook van dierengedrag dat tegenwoordig bij onderzoek nog niet eerder bij levende soorten is waargenomen.