Vampiervleermuizen die in gevangenschap hebben geleefd en daarna zijn vrijgelaten, blijven samenleven met soortgenoten die met hen in een kooi hebben geleefd. Dat schrijven Amerikaanse, Duitse en Panamese biologen in het wetenschappelijke tijdschrift Current Biology.

Vriendschappen bij dieren werden voorheen vooral gezien bij apen en halfapen (primaten), maar nu laten onderzoekers zien dat vampiervleermuizen ook onderling dergelijke sociale banden kunnen opbouwen.

De onderzoekers hielden de vleermuizen, afkomstig van een wilde populatie, 22 maanden lang in gevangenschap om ze later weer vrij te laten. Tijdens hun gevangenschap ontwikkelden enkele vleermuizen een sociale band met soortgenoten, waarbij zij bijvoorbeeld onderling voedsel deelden en elkaar schoonmaakten.

Na gevangenschap bleven de meeste van de vleermuizen deze banden onderhouden, door bij elkaar in de buurt te blijven. Sommigen kapten de 'vriendschappen' af, maar dat komt volgens wetenschappers omdat de vleermuizen mogelijk net zoals mensen persoonlijke voorkeuren hebben.

Volgens de onderzoekers tonen hun resultaten aan dat de banden die vleermuizen in gevangenschap vormen niet alleen komen door beperkte mogelijkheden en het leven in een afgesloten omgeving, maar ook daadwerkelijk een eigen sociale voorkeur van vleermuizen laten zien.

Voorheen onmogelijk om vleermuizen nauwkeurig te volgen

Speciaal voor dit onderzoek moesten de onderzoekers nieuwe volgtechnologie ontwikkelen, omdat het voorheen niet goed mogelijk was om vleermuizen nauwkeurig op afstand te volgen.

De wetenschappers ontwikkelden speciale sensoren, lichter dan een muntje van 1 eurocent, waarmee kon worden gemeten hoe dicht de vleermuizen bij elkaar bleven.

Door de resultaten van deze sensoren te vergelijken met de vastgelegde vriendschappen tussen vleermuizen, konden de onderzoekers de sociale banden van de dieren in de gaten houden.

De nieuwe technologie stelt onderzoekers in de toekomst ook in staat om bijvoorbeeld te achterhalen of vleermuizen samen gaan jagen.

Een vleermuis met een sensor op de rug. (Foto: Sherri ad Brock Fenton)