In 2016 vond amateur-archeoloog Willy van Wingerden op de Zandmotor, een strand bij Den Haag, een vuurstenen afslag met een zwarte klodder eraan. Zij liet de vondst zien aan steentijdarcheoloog Marcel Niekus, die de klodder herkende als mogelijke berkenpek, een soort prehistorische lijm. Hoe verliep dit onderzoek verder?

Gerrit Dusseldorp was bij het onderzoek betrokken en geeft antwoord.

Niekus liet de klodder dateren in Groningen en die datering zorgde voor een grote verrassing. De vondst was niet zoals verwacht ongeveer 10.000 jaar oud, maar wel 50.000 jaar. Dat betekent dat het door Neanderthalers gemaakt moet zijn, want moderne mensen woonden hier toen nog niet.

Daarop zette Niekus een groot onderzoeksprogramma op. Berkenpek gemaakt door Neanderthalers is namelijk een extreem zeldzame vondst (dit is het vijfde bekende stuk), die ons veel over Neanderthalers vertelt.

Berkenpek maken is lastig

Het maken van berkenpek met de middelen die Neanderthalers ter beschikking hadden is namelijk lastig. Om het efficiënt te doen is een ingewikkeld proces nodig. Zelfs met een klein oventje is 43 kilo brandhout nodig om de hoeveelheid pek van de Zandmotor te maken.

50.000 jaar geleden was de Noordzee door een ijstijd drooggevallen. Neanderthalers leefden hier onder barre omstandigheden op een mammoetsteppe waarop bomen niet dik gezaaid waren. Ze stonden dus onder grote druk om efficiënt te opereren en ontwikkelden een efficiënte productiemethode voor hun lijm.

De gevonden vuursteen met berkenpek.

Ander artikel gooit bijna roet in het eten

Zaak gesloten dachten we. Maar tijdens het publicatieproces gooide een ander artikel bijna roet in het eten.

Omdat het zo’n topvondst is, dienden wij ons stuk in bij een tijdschrift met een heel hoge ‘impactfactor’: PNAS. De peerreview van zo’n publicatie is altijd een spannend proces. Andere experts, ‘de concurrentie’, moeten het stuk beoordelen. Dat is een strenge test waarbij veel artikelen door de mand vallen. Gelukkig waren onze reviewers best over ons stuk te spreken. Ze wilden vooral wat extra informatie over onze analysemethoden. Die veranderingen hebben we doorgevoerd.

Maar toen kwam er een nieuwtje dat bij ons insloeg als een bom. Een artikel dat net voordat wij onze herziene versie in wilden dienen gepubliceerd werd, stelt dat de productie van berkenpek helemaal niet laat zien dat Neanderthalers complexe technologie hadden.

De auteurs stellen dat berkenpek heel eenvoudig te winnen is door een vuurtje met berkenbast te stoken en er een grote steen naast te leggen. Teer uit de rook condenseert op de steen, en als het vuur uit is kun je die eraf schrapen. Een sterk stuk vonden wij.

'Onze' pek is wel complex

Toch denken we dat 'onze' berkenpek wel complex is. CT-scans van onze vondst door Dominique Ngan-Tillard laten allerlei kleine verontreinigingen zien. Die krijg je niet bij de condensatie-methode, maar wel bij complexere productie met een oventje. Daarnaast is de condensatiemethode verschrikkelijk inefficiënt. Voor ons stuk zou je tien uur en meer dan 80 kilo brandhout nodig hebben.

Neanderthalers in de Noordzee ontwikkelden dus een kenniseconomie om de barre omstandigheden van de laatste ijstijd het hoofd te bieden.

De resten van die kenniseconomie zijn te vinden op opgespoten stranden, maar ook onder het vasteland. Lokale overheden moeten beter met het steentijdverleden rekening houden en vaker bij diepe bodemingrepen als parkeergarages opgravingen laten uitvoeren. Want van het opgraven van zo’n vondst in context leren we nog veel meer dan van een losse strandvondst.

Kijk voor meer informatie op Wetenschap.nu