Paleontologen hebben fossielen gevonden van 480 miljoen jaar oude trilobieten, die keurig op een rijtje liggen en dezelfde richting op wijzen. De fossielen in een 'polonaise' bieden een inkijkje in de evolutie van groepsgedrag, stellen de Franse, Zwitserse en Marokkaanse wetenschappers in het wetenschappelijke tijdschrift Scientific Reports.

Wetenschappers weten dat dieren al miljoenen jaren groepsgedrag vertonen, zoals rupsen die in 'kettingen' migreren. Het is echter niet bekend hoelang geleden diersoorten dergelijk gedrag begonnen te vertonen. De vondst van de 480 miljoen jaar oude fossielen is een van de duidelijkste bewijzen van groepsgedrag in de vroege stadia van evolutie.

Het is niet de eerste vondst die wijst op prehistorisch groepsgedrag. Britse en Chinese wetenschappers vonden al eerder de Synophalos xynos, een garnaalachtig beestje dat meer dan 500 miljoen jaar geleden een ketting maakte met soortgenoten.

De Frans-Zwitsers-Marrokaanse ontdekking betreft de Ampyx priscus, een 16 tot 22 millimeter grote trilobietensoort. De paleontologen vonden rijen van de Ampyx priscus in Marokko, in de Fezouata-steenformatie afkomstig uit het tijdperk ordovicium.

De fossielen werden netjes op een rij in verschillende groepen aangetroffen. De dieren wijzen in dezelfde richting en daarom denken de wetenschappers dat die in een soort 'polonaise' over de zeebodem liepen.

Waarschijnlijk zijn rijen geen toeval

Het is mogelijk dat de dieren door bijvoorbeeld een waterstroom zijn meegesleurd en zo in rijen hebben gevormd. Dit is volgens de wetenschappers echter onwaarschijnlijk, omdat de vondsten van de Ampyx priscus in rijen te consistent zijn om toeval te zijn.

In totaal vonden de paleontologen 150 trilobieten en slechts een daarvan ging een andere richting op dan de rest in de rij. Het lijkt de wetenschappers waarschijnlijker dat de dieren plotseling zijn omgekomen tijdens een wandeling over de zeebodem.

Dieren bleven in contact door uitsteeksels op lichaam

De vraag die wetenschappers moesten stellen, is hoe de Ampyx priscus rijen konden vormen, terwijl de dieren blind waren en dus niet konden zien waar soortgenoten waren.

De paleontologen denken dat ze hiervoor gebruikmaakten van puntige uitsteeksels aan de voor- en achterkant van hun lichaam. Door fysiek contact met deze punten te houden, kon de Ampyx priscus in de buurt van groepsgenoten blijven.

Een andere mogelijkheid is dat de trilobieten met elkaar in contact stonden via feromonen, moleculen die signalen doorgeven tussen levende wezens.