Een minderheid van 'supermoeders' baart binnen een Amerikaanse zeeolifantenpopulatie in Californië de meeste pups. Deze 'supermoeders' zijn een extreme minderheid onder de vrouwelijke zeeolifanten, maar baren meer dan de helft van alle pups in de populatie. Wetenschappers van de Universiteit van Californië beschrijven de moeders in het wetenschappelijke vakblad Canadian Journal of Zoology.

De wetenschappers observeerden een zeeolifantenkolonie bij de kust van Aña Nuevo, dat onder San Francisco ligt. Hier leeft de noordelijke zeeolifant Mirounga angustirostris.

In deze kolonie leven 7.735 vrouwelijke zeeolifanten. 6 procent van deze vrouwtjes baart in hun leven minimaal tien pups. 55 procent van alle jongen die werden geboren in de kolonie zijn afkomstig van deze vrouwtjes. De wetenschappers noemen deze 6 procent 'supermoeders'. De oudste 'supermoeder' in de populatie werd 23 jaar en baarde zeventien pups.

De 'supermoeders' zijn vooral de oudere vrouwtjes, wat volgens de onderzoekers opmerkelijk is. "Je zou verwachten dat de vele jonge vrouwtjes meer bijdragen aan de populatie." Dit gebeurt waarschijnlijk niet omdat veel vrouwelijke noordelijke zeeolifanten jong sterven, al voordat ze kunnen paren. De vrouwtjes die wel volwassen worden, worden meestal maar één tot drie keer zwanger.

Voor een jong vrouwtje is jongen baren zwaar, omdat ze veel tijd moeten steken in het grootbrengen van hun jongen, terwijl ze zelf ook nog ontwikkelen. De 'supermoeders' kunnen dit blijkbaar wel.

Zeeolifanten baren jaarlijks één pup in de winter en begint daar meestal mee wanneer ze drie of vier jaar oud is. Een van de 'supermoeders' baarde zestien jaar op rij een pup.

Meeste pups overleven eerste bezoek aan zee niet

Na de geboorte krijgen de jongen vier weken lang borstvoeding. Na die weken leert de pup jagen en gaat de zee in om voedsel te zoeken. Veel pups overleven hun eerste bezoeken aan de zee niet, mogelijk omdat ze geen eten kunnen vinden of omdat een roofdier de pup vindt.

De wetenschappers weten niet zeker waarom de sterftecijfers onder pups zo hoog zijn, omdat de dieren veelal sterven in de zee en het dus lastig is om te observeren.

Wel was het voor deze onderzoekers relatief makkelijk om de zeeolifantenkolonie vijftig jaar lang te observeren. De kust waar de kolonie leeft, ligt namelijk vrij dicht bij de campus van de Universiteit van California in Santa Cruz.

De zeeolifantenkolonie op het strand bij Año Nuevo. (Foto: Wikimedia Commons/Rhododendrites)