Als er leven is op Mars, dan vliegt het mogelijk rond op stofdeeltjes. Dat concluderen Amerikaanse, Chileense, Spaanse en Zweedse onderzoekers op basis van onderzoek in de Atacama-woestijn in Chili en Peru. Ze beschrijven hun bevindingen in het wetenschappelijk tijdschrift Scientific Reports.

De Chileens-Peruaanse Atacama-woestijn wordt veelal gebruikt als model voor Mars-onderzoeken. Dit is omdat de omstandigheden in de woestijn, zoals veel UV-straling en extreme droogte, veel overeenkomen met de oppervlakte van Mars. Ondanks deze Mars-achtige droogte, leven er wel microscopisch kleine levensvormen in sommige gebieden van de woestijn.

Deze micro-organismen blijken mee te liften op stofdeeltjes die door, of naar, de woestijn worden geblazen. In totaal verzamelden de onderzoekers monsters van 23 bacteriën en 8 schimmels, op stofdeeltjes bij drie verschillende locaties in de ontzettend droge kern van de woestijn.

Deze organismen waren onder meer afkomstig uit kustgebieden, maar eentje was mogelijk afkomstig uit China.

De resultaten suggereren dat micro-organismen makkelijk door de Atacama-woestijn kunnen bewegen door middel van stofdeeltjes, ondanks heftige droogte en sterke UV-straling in de woestijn.

De organismen leggen afstanden tot 200 kilometer af in vijf tot tien uur tijd. Door de overeenkomsten tussen deze woestijn en onze buurplaneet, zou het mogelijk zijn dat buitenaards leven op de rode planeet zich ook via stof over de oppervlakte van het hemellichaam verspreidt.

Delen van Atacama-woestijn net zo droog als Mars

De Atacama-woestijn is mogelijk de oudste woestijn op aarde en is ook een van de droogste. Er is zeer weinig neerslag, de woestijn kent veel UV-straling en de luchtvochtigheid kan op sommige plekken zelfs nul worden. Daardoor zijn sommige plekken "net zo droog" als Mars, aldus de onderzoekers.

De extreme droogte op de planeet zou het vervoer van micro-organismen niet tegenhouden, menen de wetenschappers op basis van hun onderzoek. Mars heeft veel stofdeeltjes in de atmosfeer en heeft veel te maken met winden en stofstormen die grote delen van de planeet kunnen bedekken, dus daar zouden dergelijke levensvormen goed op mee kunnen liften.

De wetenschappers impliceren niet dat deze levensvormen momenteel op de rode planeet leven. Mogelijk zijn het vroegere, inmiddels uitgestorven, wezens. Om meer te leren hierover, zouden de onderzoekers monsters van stof op Mars nodig hebben om te onderzoeken.

Onderzoekers verzamelen monsters in de Atacama-woestijn. Met de blauwe pakken voorkomen ze contaminaties op de onderzoekslocatie. (Foto: Margarita Azua)

Jarenlange zoektocht naar leven op Mars

Wetenschappers doen al jaren onderzoek naar het mogelijke leven op onze buurplaneet. Zo spraken astronomen uit de negentiende eeuw al over mogelijk buitenaards leven op Mars.

Zo beschreef Italiaanse astronoom Giovanni Schiaparelli voor het eerst ‘kanalen’ op Mars in 1877. Kanalen zijn wateroppervlakten die door mensen zijn gegraven en het feit dat er rechte lijnen op het Marsoppervlak zouden zitten, zou impliceren dat deze lijnen door levende wezens zouden zijn gegraven.

In de 21ste eeuw gaat de zoektocht naar buitenaards leven door. Zo lanceerde NASA in 2011 de Curiosity-rover naar Mars, een wagen die onder meer onderzoekt of microscopisch leven mogelijk is of was op de planeet.

In 2020 stuurt de Amerikaanse ruimtevaartorganisatie NASA de Mars 2020-rover naar de rode planeet en in datzelfde jaar wil het Europees Ruimtevaartschap ESA de Rosalind Franklin-rover lanceren. Beide machines hebben (onder meer) de missie om rond te zoeken op onze buurplaneet in het zonnestelsel.

Een artistieke impressie van de Rosalind Franklin-rover op Mars. (Foto: ESA)