Paleontologen hebben ontdekt dat de gedomesticeerde Europese varkens niet hier werden getemd en gefokt, maar rond 8500 voor Christus uit het Nabije Oosten naar Europa gebracht. Echter hebben deze varkens vrijwel niets meer gemeen met hun voorouders. Dat ontdekten wetenschappers onder leiding van de Engelse Universiteit van Oxford, die hun ontdekking beschreven in het vakblad Proceedings of the National Academy of Sciences.

De domesticatie van varkens uit het Nabije Oosten (het huidige Zuidwest-Azië) begon rond 10500 voor Christus in het hedendaagse Turkije. Na duizenden jaren lokaal temmen en fokken, trokken de boeren westwaarts en brachten zij hun varkens naar Europa.

De dieren werden lokaal gekruist met wilde zwijnen, wat ertoe leidde dat de genetische overeenkomsten met het voorgeslacht uit het Nabije Oosten begon te verdwijnen.

Varkens uit 7100 tot 6000 voor Christus hadden nog genetische sporen uit zowel Europa als het Nabije Oosten. Maar jaren later hadden de Europese varkens nog maar 4 procent genetische overeenkomst met hun oosterse voorgeslacht.

Uitzonderlijke genetische verandering

Het is niet uitzonderlijk dat de genetische opbouw van dieren verandert als gevolg van lokaal fokken, maar de wetenschappers stellen dat deze genetische verandering wel bijzonder is. Het is nog nooit eerder gezien dat een dier zo ver van het genetisch voorgeslacht verwijderd is geraakt, dat dit voorgeslacht bijna niet meer terug te vinden is in de diersoort.

De bevindingen tonen volgens de wetenschappers aan dat domesticatie van dieren niet alleen de verspreiding van een diersoort inhoudt, maar dat het een langdurig proces van selectie is.