Vleermuizen jagen door geluid te maken. Dat geluid weerkaatst tegen de prooi en komt vervolgens terug in de eigen oren van de vleermuis, zodat deze precies weet waar hij moet zijn. Een prooi op een boomblad kan zich echter 'camoufleren' omdat het blad geluid sterker weerkaatst. Amerikaanse onderzoekers beschrijven in het wetenschappelijk tijdschrift Current Biology hoe een vleermuis toch een 'gecamoufleerde' prooi kan vinden.

Vleermuizen maken geluidsgolven, die op hun beurt weerkaatsen tegen bijvoorbeeld bomen en gebouwen, zodat ze kunnen navigeren in hun omgeving. Die geluidsgolven weerkaatsen ook tegen potentiële maaltijden, zoals kevers en spinnen.

Wanneer deze dieren op boombladeren zitten, wordt het echter lastiger om ze met geluid te vinden. Boombladeren weerkaatsen geluid namelijk sterker dan de prooi die erop zit. Wetenschappers van het Smithsonian Tropical Research Institute wilden daarom uitzoeken hoe een vleermuis deze dan toch vindt.

De onderzoekers schoten geluidsgolven op bladeren af vanuit vijfhonderd verschillende hoeken, om te achterhalen hoe de golven het gunstigst werden weerkaatst. Het blijkt dat wanneer geluid in een scherpe hoek tegen het blad komt, het de andere kant op kaatst.

Het geluid dat van de prooi afkaatst, komt dan als enige terug bij de vleermuis en kan het dus zijn maaltijd vinden. De gunstigste hoek is tussen de 42 en 78 graden.