De ontdekking van een middeleeuws tekstfragment in een klooster in Oostenrijk laat zien dat een erotisch gedicht, waarin een jonge vrouw een humoristisch gesprek voert met haar eigen vulva, tweehonderd jaar ouder is dan gedacht.

Het ontdekte fragment bevat delen van het gedicht Der Rosendorn (de rozendoorn, red.), dat bestaat uit zestig dichtregels. Het werd gevonden in de bibliotheek van de Abdij van Melk, een klooster op de oever van de Donau in Neder-Oostenrijk, meldt The Guardian.

De heersende opvatting was dat het gedicht uit de late middeleeuwen stamt. Uit analyse door het Instituut voor Middeleeuws Onderzoek van de Oostenrijkse Academie van de Wetenschappen blijkt dat het gevonden tekstfragment rond 1300 werd geschreven. Dat maakt het gedicht zeker tweehonderd jaar ouder dan eerder werd aangenomen.

In het gedicht voert een ongetrouwde jonge vrouw (junkvrouwe) een dialoog met haar pratende vulva (fud). Ze discussiëren over wie van de twee het meeste in de smaak valt bij mannen. Historici van de middeleeuwen beschouwen het als een van de eerste erotische gedichten.

De vrouw voert aan dat haar schoonheid mannen voor zich wint. Haar vagina beschuldigt haar ervan te veel waarde te hechten aan haar uiterlijk en brengt in dat zij de mannen pas echt gelukzaligheid bezorgt. Het tweetal wordt het niet eens en besluit uit elkaar te gaan, maar zowel jongedame als vulva wordt doodongelukkig van die scheiding. Ze concluderen uiteindelijk dat ze bij elkaar horen, omdat een persoon en diens sekse niet van elkaar kunnen worden gescheiden.

Over de auteur van het gedicht is niets bekend.