De Nederlandse sterrenkundige Rudolf le Poole was niet alleen de voorganger van de markante wetenschapper Chriet Titulaer, maar hij speelde als maanonderzoeker ook een rol in aanloop naar de eerste maanlanding op 21 juli 1969, zondag precies vijftig jaar geleden.

De student Sterrenkunde in Leiden vertrekt in 1965 naar de Verenigde Staten om te werken bij de Nederlands-Amerikaanse professor Gerard P. Kuiper.

Op het Lunar and Planetary Laboratory in Tucson in de staat Arizona speurt hij het maanoppervlak af voor de Amerikaanse ruimtevaartorganisatie NASA. Le Poole en Kuiper moeten zo snel mogelijk zo veel mogelijk te weten te komen over de structuur van de maan voor het indrukwekkende Apollo-programma.

Ook brengt Le Poole in de drie jaar dat hij in Arizona werkt potentiële landingsplaatsen in kaart. Titulaer zal dit werk in 1968 voortzetten.

'NASA vreesde dat je in maanstof kon wegzakken'

"Aan het begin had de NASA vrij ernstige zorgen over de stevigheid van het maanstof. De vrees was namelijk dat je daarin kon wegzakken", vertelt de inmiddels 76-jarige Le Poole in een gesprek met NU.nl.

Le Poole buigt zich samen met Kuiper (de ontdekker van de Kuipergordel) over close-ups van het maanoppervlak, die gemaakt zijn door het onbemande ruimtevaartuig de Ranger Spacecraft.

Het tweetal ziet diepe, imposante kraters, die veroorzaakt zijn door meteorietinslagen. Brokstukken uit de voormalige inhoud van die kraters liggen keurig verspreid op het maanoppervlak en zijn niet weggezakt.

Le Poole en Kuiper stellen in 1966 een rapport op om NASA het goede nieuws te melden: de maanbodem lijkt solide genoeg om een maanlander inclusief bemanning te kunnen dragen.

Een foto van het maanoppervlak gemaakt door de Ranger Spacecraft in 1965. (Foto: Getty Images)

Een illustratie van de Ranger VII Lunar Spacecraft. (Bron: Getty Images)

Onderzoek naar de beste omstandigheden voor een maanlanding

Ook moeten de wetenschappers de temperaturen op de maan onderzoeken door infraroodmetingen, een techniek die dan gloednieuw is, te doen vanaf de aarde.

"We ontdekten dat de maan een heel erg open structuur heeft en dat de zon tot diep in kuiltjes kon schijnen. Ook werd ons duidelijk dat het heel snel heel warm (tot 100 graden) kon worden op de maan als de zon opkwam, maar dat het ook net zo snel ontzettend weer afkoelde (tot -160 graden) als de zon weer onderging", vertelt Le Poole.

"De maan bleek namelijk geen warmte vast te kunnen houden (omdat de maan geen atmosfeer heeft zoals onze aarde, red.). Alleen in verse inslagkraters kon de warmte nog heel lang uitstralen."

Zo helpen Le Poole en Kuiper mee vaststellen wat de beste omstandigheden zijn voor een maanlanding. "Je wilt er niet zijn als de zon recht boven je hoofd staat. Het beste is als de zon relatief laag staat op zo'n 30 tot 40 graden boven de horizon."

Apollo 15-astronaut James Irwin rijdt in een maanrover over het maanoppervlak in 1971. (Foto: Getty Images)

Op zoek naar een geschikte landingsplek

Ook is Le Poole bezig met het uitzoeken van potentiële geschikte landingsplekken voor Apollo-maanlanders. "Midden in een maanzee was veilig, maar je wilde eigenlijk ook dat ze nog even naar die bergen konden gaan kijken."

"En hoe leuk zou het zijn om met dat autootje verderop naar die krater te kunnen rijden", zegt hij vrolijk, doelend op de Apollo 15-missie waarbij astronauten voor het eerst met een maanwagen over de maan reden.

Race naar de maan

  • In de jaren zestig zijn de Verenigde Staten en de voormalige Sovjet-Unie verwikkelt in een race naar de maan. Met name de Amerikanen willen koste wat kost dat de eerste persoon op de maan een Amerikaan is. De Russen hebben de Amerikanen op dat moment al twee keer afgetroefd. In 1957 brengt de Sovjet-Unie met de Spoetnik 1 de eerste kunstmatige satelliet in de ruimte en in 1961 stuurt het land Joeri Gagarin als eerste mens ooit succesvol de ruimte in. Met name dat laatste steekt de Amerikanen. Door de Koude Oorlog staan het Westen en het Oosten lijnrecht tegenover elkaar. President John F. Kennedy weet dat hij snel iets moet doen om de Russen voor te blijven. Een maand na de eerste mens in de ruimte kondigt hij daarom aan dat de Verenigde Staten nog voor het einde van het decennium de eerste mens op de maan zullen zetten. De Amerikanen pompen miljarden in het Apollo-programma van ruimtevaartorganisatie NASA, dat stap voor stap toewerkt naar een landing van mensen op de maan. Dat laatste lukt uiteindelijk tijdens de elfde Apollo-missie, beter bekend als de Apollo 11.

Opwindend, spannend en leuk

Le Poole geniet van zijn tijd in Arizona en van het feit dat hij - weliswaar indirect - bijdraagt aan het Apollo-programma.

"Het was ontzettend spannend en leuk. De atmosfeer was altijd leuk daar. Er werd gewerkt op een manier zoals dat nu nooit meer zal gebeuren. Iedereen was heel doelgericht en heel slagvaardig en de beste mensen waren aan het werk. Het bleef opwindend omdat telkens nieuwe stappen werden genomen."

Op 25-jarige leeftijd verlaat de sterrenkundige in wording het Amerikaanse onderzoeksinstituut, een jaar voordat Neil Armstrong en Buzz Aldrin, mede dankzij het uitzoekwerk van de Nederlander, voet zouden zetten op de maan.

Neil Armstrong staat stevig op het maanoppervlak. (Foto: Pro Shots)

Armstrong nam de landing over

In de nacht van 20 op 21 juli kijkt Le Poole in Nederland naar de verrichtingen van de Apollo 11.

Hij ziet hoe Armstrong het op het laatste moment overneemt van de automatische piloot van de Eagle-maanlander, omdat de astronaut stenen en kraters ziet liggen op de uitgezochte landingslocatie. Die bleken op foto's niet te zien. "Daarvoor beschikten wij niet over genoeg resolutie", lacht Le Poole.