Het gaat slecht met de bij. Daarom zijn er steeds meer pogingen om ze te redden. Die richten zich echter vaak op de Europese honingbij, en dat zespotige vee met vleugeltjes weet zich toch wel te redden. Gaan de andere 350 bijensoorten de ondergang tegemoet?

Het aantal insecten is in de afgelopen decennia dramatisch afgenomen. Dat heeft, zelfs voor de grootste beestjeshaters, grote nadelen. Voor het bestuiven van de meeste landbouwgewassen zijn we afhankelijk van insecten, zonder die gewassen hebben we geen eten. En bijen nemen het grootste gedeelte van dat bestuifwerk voor hun rekening.

Bij 'bij' denk je waarschijnlijk aan de Europese honingbij, oftewel Apis mellifera. Maar alleen al in Nederland komen zeker 350 andere bijensoorten voor. Onder deze wilde bijen vind je indrukwekkend grote houtbijen (2,5 centimeter lang), maar ook bijtjes van slechts enkele millimeters. Er zijn bijen in sociale kolonies, maar ook solitaire soorten die nesten van blaadjes of modder maken, of in de grond. Deze honderden soorten hebben een probleem: ze kunnen nauwelijks opboksen tegen de commercieel gehouden honingbij.

Bijenvoer raakt op

Concurrentie tussen de Europese honingbij en wilde bijen hoort bij de natuur, zou je misschien zeggen. Maar natuurgebieden raken versnipperd en in boerengebieden zijn nauwelijks wilde planten te vinden. Zowel de totale hoeveelheid wildbloeiers als het aantal soorten is sterk afgenomen. De landbouwgewassen bloeien maar kort en niet gespreid over het jaar. Bijensoorten die buiten die beperkte bloeitijd actief zijn, zullen daardoor verhongeren.

En wie mogen de landbouwgewassen bestuiven? Boeren zetten commercieel gehouden bijen in. Dat zijn meestal honingbijen, al worden ook steeds vaker hommelsoorten gebruikt. Wilde bijen moeten het doen met karige restjes langs een enkele akkerrand.

Zespotig vee met vleugeltjes

Het is oneerlijke concurrentie. Imkers beschermen en verzorgen hun honingbijen. Ze zetten hun kasten in andere gebieden wanneer de bloemen waarop ze vlogen uitgebloeid zijn, zoals koeien naar een andere wei gaan als het gras opraakt. Zo nodig krijgen ze suiker als bijvoeding. En in plaats van melk, wordt van deze dieren de honing geoogst.

Het gaat hier dus niet om van nature aanwezige insecten, maar om zespotig vee met vier vleugeltjes.

Kieskeurige bijen

Daar komt nog bij dat het gevleugelde vee door selectie op tamheid en honingproductie maar een beperkte genetische diversiteit kent. Inteelt maakt ze gevoelig voor ziektes. De ziekteverwekkers brengen ze via de bloemen over op andere insecten.

Voor honingbijen is bijna elke bloem goed, als er maar nectar en stuifmeel te halen valt. Maar er vliegen in Nederland meer dan zeventig soorten rond die oligolectisch zijn. Dat betekent dat ze alleen bepaalde bloemen bezoeken. Als kasten vol honingbijen in de buurt van planten waar oligolectische soorten op vliegen worden geplaatst, kan de concurrentie zelfs moordend worden. De specialist kan namelijk niet uitwijken naar andere bloemen en kan sterven van de honger, doordat de honingbijen haar voedselbronnen uitputten.

Aantal hommels krimpt

De laatste jaren verschijnen er steeds meer onderzoeken die aantonen dat wilde bijen last hebben van honingbijen. Een kleine greep: er komen minder hommels voor in heidegebieden waar ook honingbijen vliegen, aldus de Engelse University of Bristol in 2005.

Ook zijn hommelwerksters die met honingbijen moeten concurreren duidelijk kleiner, merkte de Schotse University of Stirling in 2008. Slecht nieuws, want een kleinere hommel kan minder stuifmeel voor de kolonie verzamelen. En in een experiment aan de Duitse Leuphana Universität Lüneburg in 2015 bleek dat de rosse metselbij minder bijenbaby's kreeg als ze bloemen moest delen met honingbijen.

Honingbij als melkkoe

Ondertussen krijgt de honingbij volop steun. In steden en op het platteland worden honingbijenvolken gehouden. Zijn we groen bezig als we massaal gaan imkeren? Honingbijen hebben net zo veel met de natuur te maken als melkkoeien.

Maar de aandacht die de bij sinds kort krijgt, kan ook de ondergesneeuwde wilde soorten helpen. De Europese Unie heeft neonicotinoïden in de open lucht verboden. Deze insecticiden zijn aantoonbaar slecht voor bijen. Met minder gif wordt de honingbij geholpen, maar daarmee ook wilde bijen. Dat is toch een opsteker voor de ruim 350 wilde bijensoorten die nu nog in Nederland rondvliegen.

Wat weet jij van insecten? Doe deze pittige test van Quest!