Lopend over een Zuid-Nederlandse akker, door weer en wind kan een schatzoeker zomaar tientallen Keltische munten vinden. Is het een prehistorisch offer aan voorouders of een god? Of heeft iemand zijn meest waardevolle bezittingen begraven in een periode van gevaar? Tijdens een oorlog bijvoorbeeld.

Kijk voor meer informatie op Wetenschap.nu.

Dit is het soort vragen over onze geschiedenis die alleen archeologen kunnen beantwoorden. Soms graven ze zo'n schat op bij regulier onderzoek. Maar soms meldt iemand anders zo’n vondst. Een archeologische toevalsvondst, heet zoiets wettelijk.

Hobbyarcheologie is een enorm waardevolle bezigheid. Je kunt er onze kennis van het verleden enorm mee helpen. Door akkers af te lopen op zoek naar opgeploegde materialen. Of het strand bij de Maasvlakte af te zoeken naar opgebaggerde fossielen en stenen werktuigen. Als je die vondsten meldt, proberen oudheidkundigen het verhaal erachter te ontdekken. Portable Antiquities of the Netherlands is een voorbeeld van zeer productieve samenwerking tussen hobby- en beroepsarcheologen.

Het toeval kan ook een handje worden geholpen. Met een metaaldetector bijvoorbeeld. Daarmee kun je gericht metalen objecten in de grond opsporen. En veel mensen hebben hier een hobby van gemaakt. Maar aan dit schatgraven met een metaaldetector kleven ook nadelen.

Wat mag wel, wat mag niet, en wie is eigenaar

Iemand mag niet zomaar in de grond gaan graven met als doel archeologische resten te vinden. Dit mag alleen in de bovenste 30 centimeter grond. Als je een archeologische vondst doet, dan moet je die melden. Je moet de vondst ook zes maanden beschikbaar houden voor onderzoek. Het eigendom van de vondst is gedeeld tussen vinder en grondeigenaar. Als je toestemming hebt van de grondeigenaar (of die zelf bent) mag je de vondst dus houden.

Keltische muntschatten op de markt

In Nederland worden (heel) soms schatvondsten gedaan. Zoals die tientallen gouden Keltische munten op een akker. Hoewel het archeologisch archief eigenlijk gemeenschappelijk bezit is, mag je die munten als vinder en grondeigenaar gewoon houden. Sterker, je mag ze ook op de markt werpen en het geld houden. En je hoeft die verzameling ook niet als geheel te verkopen. Je kunt hem even goed splitsen en de voorwerpen apart verkopen.

Dat levert problemen op voor de archeologie. Uit een bij elkaar horende collectie kunnen archeologen heel veel informatie halen. Bijvoorbeeld om te achterhalen of het een offer was, of verstopte rijkdommen uit angst voor de moorddadige Romeinen. Maar dan hebben onderzoekers wel de hele collectie nodig. Met een deel kunnen we minder. En losse vondsten zonder context zijn gewoon waardeloos.

Een goed voorbeeld Keltische muntschatten uit Zuid-Nederland. Sommige zijn verstopt door Eburonen, in oorlog met de Romeinen. En met reden, want Julius Caesar zou later een groot deel van deze stam over de kling jagen. Een zo’n bij toeval gevonden schat is nu voor een groot deel in handen van een gemeente. Maar een klein aantal munten wordt nu online geveild. Dat vermindert het wetenschappelijke potentieel van de overige munten.

Wat kunnen we hieraan doen?

Dit is slechts een voorbeeld van het systeem zoals het hoort te werken. Geen uitwas. De vondst is netjes gemeld en bekeken door archeologen. De eigenaars hebben het volste recht de munten te verkopen.

Een mogelijke oplossing is de staat en musea eerst de mogelijkheid bieden schatvondsten te kopen, voordat ze de vrije handel in mogen. Wellicht moet er zelfs een ‘schatfonds’ opgericht worden zodat dit soort vondsten voor ons allemaal beschikbaar blijven.

Kijk voor meer informatie op Wetenschap.nu.