AMSTERDAM - Mensen die een hartinfarct dreigen te krijgen, hoeven niet meteen gedotterd te worden of een bypass te krijgen. Medicijnen bieden ook soelaas, blijkt uit een donderdag bekendgemaakt onderzoek onder leiding van het Academisch Medisch Centrum in Amsterdam. Dit kan betekenen dat een kwart van de dotterbehandelingen achterwege kan blijven.

Volgens de richtlijnen moeten patiënten met een dreigend hartinfarct, in Nederland 20.000 per jaar, binnen 48 uur een bypassoperatie ondergaan of gedotterd worden. Nadeel van dotteren is er deeltjes loskomen die voor nieuwe problemen in de kransslagaders kunnen zorgen.

Voor het AMC was dit aanleiding om eens te gaan kijken of behandeling met medicijnen net zo effectief was. Van 1200 patiënten kreeg de helft de voorgeschreven dotterbehandeling of bypass, de andere helft slikte een combinatie van bloedverdunners en cholesterolremmers. Hielp dat niet, dan werden ze na een week alsnog gedotterd. Dit overkwam de helft van de patiënten die de medicijntherapie volgden. Het uitstel bleek geen gevaar op te leveren.

In beide groepen gingen evenveel mensen dood aan hun hartproblemen, zo'n 2,5 procent. De resultaten van het onderzoek verschijnen deze week in The New England Journal of Medicine.