Over het verleden van de bedwants was niet veel bekend. Een nieuw onderzoek toont aan dat de bloedzuigertjes veel ouder zijn dan werd aangenomen: ze kropen al rond in de tijd van de dinosauriërs.

Het onderzoek, dat eerder deze maand werd gepubliceerd in Science, biedt ook nieuwe inzichten over de bedwantsen die de voorkeur geven aan mensenbloed.

Er zijn ongeveer honderd verschillende soorten bedwants bekend. De meeste voeden zich met het bloed van vleermuizen en vogels.

Veel van de op vleermuizen gerichte bedwantsen leven diep in grotten die moeilijk bereikbaar zijn voor onderzoekers. Entomoloog Klaus Reinhardt van de Technische Universiteit in het Duitse Dresden liet zich daar niet door weerhouden en leidde een team dat duizenden bedwantsen verzamelde en het DNA van 34 soorten analyseerde om een stamboom te bouwen.

Bedwantsen bestaan al zeker 115 miljoen jaar

Reinhardt en zijn team kwamen tot een aantal verrassende inzichten. Ondanks de parasitaire afhankelijkheid van veel bedwantensoorten van vleermuizen, blijkt uit de DNA-analyse dat bedwantsen veel eerder hun opwachting maakten dan die voedingsbron: ze gaan al zeker 115 miljoen jaar mee. Het oudst bekende vleermuisfossiel is maar 64 miljoen jaar oud.

Een andere aanname die door de studie omver wordt geworpen luidt dat de twee voornaamste soorten bedwants die mensenbloed lusten (Cimex lectularius en C. hemipterus) afstamden van een gezamenlijke voorvader en hun eigen weg gingen op het moment dat Homo sapiens zich afsplitste van Homo erectus. Uit het onderzoek blijkt dat de twee soorten al 47 miljoen jaar geleden afweken en hun smaak voor mensenbloed daarom onafhankelijk van elkaar ontwikkelden.

Verder bevestigt de bedwantsenstamboom dat de insecten zich makkelijk aanpassen aan veranderende omstandigheden. Ongeveer eens per half miljoen jaar schakelt een nieuwe soort bijvoorbeeld over op een mensendieet.