Sommige mensen vinden het verschrikkelijk als je het doet, anderen als je het niet doet: ‘u’ zeggen. Sterft deze beleefdheidsvorm uit nu we elkaar steeds vaker jijen?

Ken jij je aanspreekvormen? Doe deze test van Quest

Vroeger was het lekker overzichtelijk. Je sprak anderen bijna altijd aan met 'u', of je nu tegen je ouders, de kruidenier of een vreemde op straat praatte. Maar nu? Zelfs bedrijven tutoyeren hun klanten steeds vaker.

Als 'u' verdwijnt, zou het niet de eerste aanspreekvorm zijn die dat lot treft. Vroeger zeiden veel Nederlanders bijvoorbeeld nog 'ge' en 'gij', nu vrijwel niet meer.

Hoe dat komt? In het dialect van Noord- en Zuid-Holland werd vroeger al nooit 'ge' gezegd, maar 'je', schreef ­Hanny Vermaas in 2001 in haar proefschrift over het gebruik van 'u'. Vanuit Holland verspreidde 'je' zich langzaam over de rest van Nederland. Aan het eind van de ­negentiende eeuw kwamen 'je' en 'jij' in het hele land voor. Ze wonnen het van 'ge' en 'gij'.

Wie mag je tutoyeren?

Is het denkbaar dat 'je' en 'jij' ook 'u' de das om doen? Sinds de jaren zestig wordt 'u' steeds minder vaak gebruikt, schreef Vermaas in haar proefschrift. Omgangsvormen zijn nu eenmaal losser geworden. Daar lijkt op zich niet heel veel mis mee. Maar het wegebben van de beleefde vorm heeft ook een nadeel, aldus Vermaas. Het wordt minder ­duidelijk tegen wie je 'u' moet zeggen en wie juist liever 'je' heeft.

Een man van 36 jaar in korte broek en met een driedagenbaard, is dat een 'je'? En is dezelfde man in pak met stropdas en fris geschoren wangen een 'u'? Is de man met korte broek een 'je' als hij je de weg vraagt, en een 'u' als bij jou in de winkel komt?

"Er is een ommekeer gekomen", zegt Roel Vismans, hoogleraar Nederlands aan de University of Sheffield (Engeland). Tegen sommige mensen willen we 'u' kunnen zeggen. Dan weet je tenminste zeker dat je diegene niet boos maakt. Een dame in mantelpak met grijs haar, strenge blik, dito bril en een glimmende broche bijvoorbeeld.

"In leerboeken voor Nederlands vanuit vreemde talen staat het heel zwart-wit", zegt Vismans. "Tegen iemand die ouder is en die je niet kent, zeggen Nederlanders 'u'." Maar: het ligt subtieler, voegt Vismans toe. "Er zijn ook oudere mensen die het vreselijk vinden als je 'u' zegt. Want dat benadrukt dat ze oud zijn."

Oude u, jonge jij

Als je twijfelt, zijn er gelukkig wel stelregels. Vraag één bij de keuze tussen 'u' en 'je': ken ik degene tegenover mij? twee derde van de Nederlanders zegt 'u' tegen mensen die ze niet persoonlijk kennen. Dat bleek toen Quest 1.003 mensen van achttien jaar of ouder liet ondervragen door onderzoeksbureau Multiscope.

Ook van belang: hoe oud is mijn gesprekspartner? Vier op de vijf Nederlanders gebruikt standaard 'u' voor senioren, blijkt uit dezelfde enquête. Regel drie is dat we tegen mensen met een hogere status niet zomaar 'je' zeggen, hoewel veel landgenoten bijvoorbeeld hun baas tutoyeren.

U blijft

Of je baas een 'u' of een 'je' is, hangt sterk af van het bedrijf waar je werkt. "Ik heb het gebruik van aanspreekvormen in personeelsadvertenties een keer onderzocht", vertelt Vismans. "In de juridische sector zie je in functiebeschrijvingen nauwelijks 'je' of 'jij'. In de ICT zie je bijna alleen maar 'je'." Word je aangenomen, dan zal je in de juridische tak waarschijnlijk vaker 'u' horen dan in de computerwereld.

Of 'u' uitsterft, ook in juridische kringen en andere omgevingen waar het nu nog veel wordt gebruikt, durft Vismans niet te zeggen: "Taalkundigen doen nooit voorspellingen over de toekomst". Dan maar kijken wat de Nederlanders er zelf van vinden: slechts 6 procent van de ondervraagden in het genoemde onderzoek van Multiscope geeft aan tegen niemand 'u' te zeggen omdat het niet van deze tijd zou zijn. Zo'n vaart zal het dus vermoedelijk niet lopen.

Ken jij je aanspreekvormen? Doe deze test van Quest