Amateur-archeologen hebben in november vorig jaar in Limburg twee muntschatten gevonden uit de IJzertijd, meldt het Limburgs Museum in Venlo vrijdag. De munten waren door de Eburonen, een plaatselijke stam, in de jaren vijftig voor Christus begraven om ze te beschermen tegen plunderende Romeinen.

De schatten zijn op twee verschillende plaatsen in de gemeente Sittard-Geleen door hobbyarcheologen ontdekt.

Ze meldden de vondst aan professionele archeologen van de Vrije Universiteit Amsterdam en de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, die vervolgens de opgravingen hebben georganiseerd.

Het gaat om twee kleine muntschatten van zilveren ‘regenboogschotels’, een munttype dat in de Maasstreek circuleerde in het midden van de eerste eeuw voor Christus. De munten zijn niet helemaal plat en tonen een oud-Grieks teken, een driebenig symbool uit de oudheid.

Rond vijftig jaar voor Christus zijn de schatten door de Eburonen, de plaatselijke bevolking, in de grond begraven. Deze volksstam werd door de Romeinen massaal beroofd en uitgemoord.

Schatten verstopt bij nadering Caesars centurions

De Eburonen verstopten hun geld in de grond bij de nadering van Caesars centurions, met de bedoeling ze later weer op te graven.

"Met 130 vindplaatsen van goud-zilverschatten in de regio is er een aannemelijk verband met Julius Caesars genocide van de stam van de Eburonen in de IJzertijd", aldus het Limburgs Museum, RCE en de Vrije Universiteit.

De vondsten zijn vrijdag gepresenteerd in het Limburgs museum in Venlo. De muntschatten zijn nu onderdeel van een verzameling van vijf schatten uit die tijd. De waarde van de munten is niet bekend.