Analyse van een tand van een van de oudst bekende fossielen van de Pan-Amerikaanse luiaard heeft nieuwe inzichten opgeleverd over het dieet van deze uitgestorven diersoort en de invloed van het klimaat daarop.

Het onderzoek naar het fossiel door een team van de universiteit van Illinois is gepubliceerd in het wetenschappelijk tijdschrift Science Advances, meldt Sci News.

De Pan-Amerikaanse luiaard had een leefgebied dat zich uitstrekte van het zuiden van Brazilië tot de Atlantische kust in Noord-Amerika. Het dier kon zes meter lang worden, waardoor het hogere boomtakken kon bereiken als het rechtop ging staan.

Het onderzochte fossiel is zo'n 27.000 jaar oud. Het bestaat uit delen van een tand en andere botten en werd aangetroffen door duikers die een zinkgat in Belize onderzochten op archeologische vondsten uit het Maya-tijdperk.

De tand was deels versteend, maar bevatte nog genoeg oorspronkelijk weefsel voor een analyse van koolstof- en zuurstofisotopen. Die lieten zien wat het dier at tijdens zijn laatste levensjaar en leverde daarnaast aanwijzingen op over de invloed van veranderend klimaat op de reusachtige luiaards.

De tanden van veel andere dieren, waaronder mensen en prehistorische diersoorten zoals mammoeten, bevatten tandglazuur dat kan worden gebruikt om het dieet te analyseren. Bij reuzenluiaards ontbreekt die glazuurlaag. Het is zeldzaam dat een gefossiliseerde luiaardtand nog genoeg bruikbaar weefsel bevat.

Megaluiaard had groot aanpassingsvermogen

Uit de tandanalyse bleek dat de luiaard een lang droog seizoen van zo'n zeven maanden meemaakte, tussen twee korte regenseizoenen in. Het dier leefde niet in bosrijk gebied, zoals eerder werd aangenomen, maar op een savanne. Het dieet van de luiaard varieerde tussen de droge en natte seizoenen.

"We hebben kunnen zien dat dit enorme, sociale dier in staat was om zich nogal snel aan te passen aan het droge klimaat, en zijn eetgedrag aanpaste op het voedsel dat meer voorhanden of smakelijker was", aldus hoofdauteur Jean Larmon.

"Dat steunt de theorie dat de luiaards een divers dieet hadden, en dat helpt weer om uit te leggen waarom ze zo wijdverbreid waren en het zo lang uithielden. Waarschijnlijk kwam dat doordat ze zich zo makkelijk konden aanpassen."

Klimaatverandering alleen deed luiaard niet de das om

Dat de luiaards een verrassend groot aanpassingsvermogen hadden, betekent dat het onwaarschijnlijk is dat de soort alleen verdween als resultaat van klimaatverandering, zeggen de onderzoekers.

"Onze ontdekkingen dragen bij aan het bewijs dat heel veel verschillende factoren, bovenop klimaatverandering, hebben bijgedragen aan het uitsterven van megafauna in Noord- en Zuid-Amerika", zei medeauteur Lisa Luceros. "Een van die mogelijke factoren is de aankomst van mensen in dat gebied, 12.000 tot 13.000 jaar geleden."

Er werden al eerder bewijzen gevonden dat de prehistorische mens veelvuldig jaagde op de grote luiaarden.