Bumperklevers, linksrijders, snelheidsduivels: waarom rijden andere weggebruikers toch zo irritant? Of zijn we stiekem allemaal belabberde chauffeurs en jij dus ook?

Zou jij je theorie-examen (opnieuw) halen? Test het bij Quest

Wie weleens autorijdt, herkent ze vast: de snelle jongens die net iets te dicht op je bumper zitten. De types die afslaan zonder een knipperlicht aan te zetten. Of de racemonsters die je voorbijsnellen en daarna afsnijden.

Het lijkt wel of niemand fatsoenlijk een auto kan besturen, behalve jij. Kunnen al die anderen niet eens even normaal doen? Jij houdt je toch ook aan de regels?

Vergeet het maar, ook jij bent waarschijnlijk irritant op de weg. Voor anderen dan. We maken allemaal dezelfde fout: we zijn voor anderen strenger dan voor onszelf. Zie je iemand links rijden? Dan zal hij wel te stom zijn om in te zien dat hij al makkelijk naar rechts kan. Rij je zelf even links? Dan ben je gewoon aan het anticiperen op die vrachtwagen in de verte.

'Wat de een asociaal vindt, is voor de ander niet erg'

Je weet meestal niet of je zelf irritant rijdt, omdat je de gevolgen van je eigen acties niet ziet. Iemand achter je moet wellicht ineens remmen, omdat jij op het allerlaatst besluit om in te halen. Die vreet zich dan op achter het stuur, maar jij hebt nergens last van.

Ergernissen zijn erg subjectief, zegt Karel Brookhuis, hoogleraar verkeerspsychologie aan de Rijksuniversiteit Groningen. "Wat de een asociaal vindt, is voor de ander niet erg. Een oudere dame die zelden rijdt, wordt waarschijnlijk eerder zenuwachtig van een auto achter zich dan een veertiger die elke dag flink wat kilometers maakt."

Met de jaren sluipen er slordigheden in

Hoe komt het dat we in het verkeer zoveel doen dat niet door de beugel kan? Dat kan deels te maken hebben met je kennis en interpretatie van de regels. Je hebt ooit geleerd hoe het moet, maar met de jaren sluipen er slordigheden in. "Zo gebruiken veel mensen hun knipperlicht verkeerd", vertelt Brookhuis. "Ze geven geen richting aan bij het voorsorteren, maar pas als ze al klaarstaan in het goede vak. Dan heb je er niet veel meer aan."

Gedragsregels in het verkeer veranderen ook weleens. Maar niet iedereen neemt de nieuwe regels over. "Vroeger leerde je dat je moest ritsen op een rustig moment. Nu weten we dat het efficiënter is voor de doorstroom om door te rijden tot het einde van de strook. Dan rijdt iedereen sowieso al langzamer en gaat ritsen soepel." Maar wie de oude regels nog in zijn hoofd heeft, vindt die mensen die er op het laatst nog tussen willen maar asociaal.

Niet geschikt voor autorijden

Kleine foutjes sluipen er vaak onbewust in. Ander gedrag, zoals te hard rijden, gebeurt meestal bewuster. Je weet wel dat het niet mag, maar je doet het toch. Dat komt onder andere door onze neiging om de gevaren en consequenties van wat we doen te onderschatten en onze eigen vaardigheden te overschatten.

Brookhuis: "Automobilisten denken dat ze alles onder controle hebben, ook al is dat onmogelijk. Zo dénken bumperklevers dat ze op tijd kunnen stoppen als dat nodig is, maar ze overschatten hun reactiesnelheid. En als ze al op tijd reageren, dan weten ze alsnog niet hoe lang hun remweg is."

Eigenlijk zijn mensen überhaupt niet geschikt om auto te rijden, stelt Brookhuis. "Autorijden is geen natuurlijk gedrag voor ons. We zijn er niet op gebouwd om zo snel te gaan en kunnen daardoor erg slecht inschatten wat de impact van snelheid is. Terwijl je als je met 50 kilometer per uur tegen een muur zou rennen, zou doodgaan aan interne verwondingen. Dat beseffen veel mensen niet." En dus scheuren, snijden en kleven ze wat af. Ook jij.

Zou jij je theorie-examen (opnieuw) halen? Test het bij Quest