Het uitmoorden en verdrijven van indianen door Europese kolonisten in Noord-, Midden- en Zuid-Amerika vanaf 1492 had een grote invloed op het klimaat. Uit nieuw onderzoek van The University College London blijkt dat het een van de redenen was voor de 'kleine ijstijd'.

De gemiddelde temperatuur op aarde daalde 0,15 graden tijdens de 'kleine ijstijd', die van de zestiende tot de negentiende eeuw duurde.

Op basis van 82 onderzoeken hebben de wetenschappers een gedegen schatting gemaakt van het aantal inwoners in de Amerika's.

Voordat ze in contact kwamen met Europese kolonisten woonden er ongeveer 60 miljoen mensen in het gebied. Honderd jaar later was dat aantal met 90 procent afgenomen tot ongeveer zes miljoen.

Doordat de bevolking flink was afgenomen, werd 56 miljoen hectare aan landbouwgrond verlaten en overgenomen door de natuur. Dat is ongeveer even groot als Frankrijk. Die herbebossing zorgde voor minder CO2 in de lucht.

Dat blijkt uit de waarden van luchtbubbels op Antarctica uit deze periode. Daaruit is ook op te maken dat de verandering is veroorzaakt door een gebeurtenis op het land.

Al lang invloed op klimaat

Milieuprofessor van de universiteit van Reading Ed Hawkins zegt tegen de BBC dat dit een van de redenen voor de 'kleine ijstijd' is. "Samen met een aantal heftige vulkaanuitbarstingen, een verandering in het gebruik van het land en minder zonneactiviteit is dit een van de redenen."

"Mensen hadden al ver voor de industriële revolutie invloed op het klimaat", zegt Hawkins. "Dat blijkt wel uit dit onderzoek."