Wetenschappers hebben op Antarctica uit een diep onder een ijslaag verscholen meer restanten van kleine beestjes gevonden. De resten zaten in modder die door een boorgat naar boven is gehaald.

Het onderzoek is in december gedaan door de Subglacial Antarctic Lakes Scientific Access-expeditie. Het meer waarin werd gezocht, Lake Mercer, ligt op ongeveer 600 kilometer van de zuidpool, onder een kilometer dikke en duizenden jaren oude ijslaag.

Toen de onderzoekers met een microscoop naar de modder keken, bleken er kleine geplette spinnen in te zitten en ook schaaldieren met benen. "Andere beestjes leken meer op wormen", zegt David Harwood van de Universtiteit van Nebraska tegen Nature. Ook werden er beerdiertjes aangetroffen. Uit dna-onderzoek moet blijken om welke dieren het precies gaat.

Het gaat om een intrigerende vondst, reageert glacioloog Slawek Tulaczyk van de Universiteit van Californië. "Het is onduidelijk of deze resten zijn achtergelaten door wezens die hebben geleefd in het meer, of dat ze door bijvoorbeeld oceaanwater zijn meegevoerd."

Met koolstofdatering moet worden uitgezocht hoe oud de resten zijn. Dat kan direct aanwijzingen geven over hoe en wanneer deze diertjes in Lake Mercer zijn gekomen, zegt Tulaczyk.

'Zegt iets over mogelijk buitenaards leven'

Het is ook mogelijk dat er zich nog levende exemplaren van de dieren in het meer onder het ijs bevinden. Harwood: "Het is een interessante gedachte dat leven kan bestaan onder deze extreme omstandigheden, een meer op Antarctica dat duizenden jaren van de oceanen en atmosfeer is afgesloten geweest."

"Als leven het daar volhoudt, geeft dat te denken over wat we wellicht in het heelal aan kunnen treffen."