Zowel op aarde als in de ruimte wordt druk gezocht naar sterrenstelsels, sterren, planeten en uiteindelijk buitenaards leven. In deze wekelijkse rubriek volgen we het nieuws over de belangrijkste onderzoeken.

'Kraamkamer' voor superaardes ontdekt

Superaardes en Neptunusachtige planeten komen in veel grotere aantallen voor rond jonge sterren dan wetenschappers voorheen dachten, blijkt uit een onderzoek uitgevoerd door een internationaal team van astronomen.

De onderzoekers observeerden protoplanetaire schijven in een stervormingsgebied, een "kraamkamer voor sterren", in het sterrenbeeld Stier dat op ongeveer 450 lichtjaren afstand van de aarde staat. Deze schijven van gas en stof vormen het prille begin van planetaire stelsels en draaien rond een pasgeboren ster. De studie is gepubliceerd in het wetenschappelijke blad The Astrophysical Journal.

Ongeveer 4,6 miljard jaar geleden was ons zonnestelsel ook zo'n geboorteschijf. Langzaam begonnen in deze draaikolk stukjes materie samen te klonteren, de toekomstige planeten. Terwijl zij in een baan rond de zon ploegden, pikten deze objecten steeds meer materiaal op en groeiden uit tot planeten, manen, planetoïden en kometen. Hierdoor bleven openingen en ringen in de schijf achter.

De onderzoekers bekeken 32 schijven in het sterrenbeeld Stier en kwamen erachter dat twaalf daarvan openingen en ringen hadden. Deze kunnen volgens het team het best verklaard worden door de aanwezigheid van ontluikende planeten.

De ontdekking is "fascinerend", stelt hoofdonderzoeker en astronoom Feng Long, "omdat het de eerste keer is dat de statistiek, die erop wijst dat superaardes en Neptunusachtige planeten de meest voorkomende planeten zijn in het universum, samenvalt met de waarnemingen van protoplanetaire schijven."

Astronomen kunnen niet direct op zoek naar individuele planeten in het stervormingsgebied, omdat het licht van de jonge sterren te fel is.

Verschillende protoplanetaire schijven uit het onderzochte gebied in sterrenbeeld Stier in beeld. (Bron: Feng Long)

Exoplaneet opgeblazen als een heliumballon

Astronomen hebben een exoplaneet ontdekt met zoveel helium in zijn atmosfeer, dat die lijkt op een opgeblazen ballon. Het gaat om exoplaneet HAT-P-11b, die 124 lichtjaren verwijderd is van de aarde en staat in het sterrenbeeld Cygnus.

Het gas wordt met een snelheid van meer dan 10.000 kilometer per uur van de dagzijde naar de nachtzijde van de planeet weggeblazen. Omdat helium zo'n licht gas is, ontsnapt het gemakkelijk aan de aantrekkingskracht van de planeet en vormt het een uitgestrekte wolk. De onderzoekers vergelijken dit verschijnsel met het ontsnappen van een heliumballon uit de hand van een persoon.

De ontdekking is gedaan door een internationaal team van wetenschappers geleid door de Universiteit van Genève. Zij observeerden het hemellichaam vanuit een observatorium in Spanje met behulp van een spectrograaf, een instrument dat in staat is om meer dan 100.000 kleuren in het infrarood te herkennen. De bevindingen zijn gepubliceerd in het toonaangevende wetenschappelijke tijdschrift Science.

De onderzoekers denken dat de studie inzichten kan opleveren over de extreemste omstandigheden rond de heetste exoplaneten in ons universum. Ook hopen zij te leren welke soort planeten grote hoeveelheden waterstof en helium hebben en hoe lang zij deze gassen vast kunnen houden.

Helium is het op een na meest voorkomende element in het universum. Desondanks werd het gas begin dit jaar pas voor het eerst aangetroffen op een exoplaneet. Helium is ook het hoofdbestanddeel van Jupiter en Saturnus, die in ons zonnestelsel staan. Het element is in 1868 ontdekt en vernoemd naar de Griekse zonnegod Helios.

Een visualisatie van exoplaneet HAT-P-11b voor zijn ster. (Bron: Denis Bajram)