Een Amerikaanse sonde is maandag aangekomen bij zijn bestemming, een rots die in een baan rond de zon draait. OSIRIS-REx moet de planetoïde Bennu in de komende jaren bestuderen. Vanuit alle hoeken wordt de rots gefotografeerd en gemeten.

Die metingen zijn de voorbereidingen voor het hoogtepunt van de missie, dat in 2020 moet volgen. Dan moet de OSIRIS-REx een paar meter boven de planetoïde gaan vliegen en een soort stofzuigerslang laten zakken. Die moet een deel van het oppervlak opzuigen.

Na het zuigen keert de sonde terug naar de aarde en in 2023 moet de landing plaatsvinden. Wetenschappers kunnen het planetoïdestof dan zelf onder hun microscoop bestuderen. Zo willen ze een beter beeld krijgen van het ontstaan van ons zonnestelsel.

De OSIRIS-REx is in 2016 gelanceerd en heeft inmiddels ruim 2 miljard kilometer afgelegd. De missie kost zo'n 1 miljard dollar (ruim 880.000.000 euro).

Het rotsblok Bennu draait in ongeveer dezelfde baan als de aarde rond de zon, maar op zo'n 120 miljoen kilometer afstand. Het is ongeveer 500 meter in doorsnee, zo groot als een wolkenkrabber.

Kans dat planetoïde inslaat op aarde

Er is een kleine kans dat de planetoïde eind volgende eeuw inslaat op de aarde. Bennu is te klein om de planeet en de mensheid in zijn geheel te vernietigen, maar het kan wel veel schade aanrichten. 

Volgens missieleider Dante Lauretta zal bij een inslag meer dan zeventig keer zoveel energie vrijkomen als bij de atoombommen op Hiroshima en Nagasaki, en drie keer zoveel als het totaal van alle kernwapens die ooit tot ontploffing zijn gebracht.

Bennu maakt een krater van 4 kilometer in doorsnee en ongeveer 1 kilometer diep. Na de knal ontstaat een drukgolf die zich met een snelheid van bijna 6.000 kilometer per uur verspreidt. Brokstukken kunnen honderden kilometers verder terechtkomen.

Als Bennu in zee terechtkomt, kan een tsunami met golven van 28 tot 56 meter hoog ontstaan.