Zowel op aarde als in de ruimte wordt druk gezocht naar sterrenstelsels, sterren, planeten en uiteindelijk buitenaards leven. In deze wekelijkse rubriek volgen we het nieuws over de belangrijkste onderzoeken.

TRAPPIST-planeten waarschijnlijk Venus-achtig

De zeven aarde-achtige planeten die rond de nabije dwergster TRAPPIST-1 draaien, zijn waarschijnlijk te vergelijken met Venus, de planeet uit ons zonnestelsel. Toch is er een planeet, TRAPPIST-1e, waarop mogelijk leven te vinden is.

Wetenschappers van de Universiteit van Washington hebben voor elk van de zeven planeten een klimaatmodel samengesteld. Zij ontdekten dat de werelden op dezelfde manier geëvolueerd zijn als Venus. Waarschijnlijk kwam op elk van de planeten ooit water voor, maar is dit verdampt tijdens een extreem hete fase van de moederster. De bevindingen zijn gepubliceerd in het wetenschappelijke tijdschrift The Astrophysical Journal.

TRAPPIST-1b, die het dichtst bij de moederster staat, is zo'n laaiend hete wereld dat zich er niet eens wolken van zwavelzuur kunnen vormen, zoals op Venus. De planeten c en d lijken waarschijnlijk op Venus, met een dichte onbewoonbare atmosfeer. De buitenste planeten f, g en h kunnen zowel Venus-achtig als bevroren zijn, afhankelijk van hoeveel water er in de jongste jaren van de planeten was.

TRAPPIST-1e heeft de grootste kans om vloeibaar water op het oppervlak te herbergen. "Als planeet TRAPPIST-1e niet al het water verloren heeft, dan zou het vandaag de dag een waterwereld kunnen zijn, compleet met een oceaan zoals op aarde. In dit geval zou het ook een klimaat kunnen hebben dat vergelijkbaar is met de aarde", zegt hoofdonderzoeker Andrew Lincowski.

De ontdekking van het TRAPPIST-1-stelsel was begin 2017 groot nieuws, omdat er kans op leven zou zijn. Bovendien staat de ster relatief dichtbij, op 39 lichtjaar afstand van de aarde in het sterrenbeeld Waterman. Voor ruimtebegrippen is dat om de hoek.

Deze illustratie laat zien dat alle zeven planeten van TRAPPIST-1 in theorie gemakkelijk binnen de baan van Mercurius zouden passen. (Foto: NASA/JPL-Caltech)

Rollende stenen oorzaak voor groeven op Mars-maan Phobos

Amerikaanse onderzoekers hebben een "sterke verklaring" gevonden voor de mysterieuze groeven op Phobos, de grootste van de twee manen van Mars. Ze zouden zijn veroorzaakt door rollende stenen.

De groeven van Phobos werden in de jaren zeventig van de vorige eeuw voor het eerst gezien. Sindsdien zijn allerlei theorieën ontstaan om te verklaren hoe deze zich vormden. Sommige astronomen denken dat het door grote inslagen op Mars brokstukken regende op de nabijgelegen maan. Andere beweren dat de zwaartekracht van Mars Phobos langzaam verscheurt en dat de groeven tekenen van structureel falen zijn.

In de nieuwe studie, gepubliceerd in het wetenschappelijke blad Planetary and Space Science, borduren de onderzoekers van Brown University voort op het bestaande idee dat er een verband is tussen de groeven op Phobos en een 9 kilometer grote krater genaamd Stickney. Zij stellen dat een ingeslagen planetoïde uiteenspatte in rotsblokken die vervolgens over de maan begonnen te rollen.

De wetenschappers bouwden een computermodel om de inslag na te bootsen. Uit de simulaties bleek dat Phobos vanwege het kleine formaat (een diameter van 27 kilometer op het breedste punt) een zwakke zwaartekracht heeft, waardoor de stenen gewoon door blijven rollen in plaats van stoppen, zoals ze op een groter hemellichaam zouden doen.

Volgens de studie zouden sommige stenen een heel rondje of zelfs nog verder hebben gemaakt op de maan. Daarmee is volgens de onderzoekers ook te verklaren waarom Stickney zelf groeven heeft en waarom sommige sporen over en door elkaar heen lopen.

Op deze foto van Phobos is rechts onder de Stickney-krater te zien. Van daaruit lopen de groeven schuin omhoog over de maan. (Foto: NASA/JPL-Caltech/University of Arizona)