De NASA heeft de Kepler-ruimtetelescoop uitgezet omdat de brandstof in de beroemde satelliet op is. Daarmee komt een einde aan een missie die in maart 2009 begon.

Sindsdien heeft de telescoop ongeveer 2.600 planeten buiten ons zonnestelsel ontdekt, aldus de NASA dinsdag.

De Kepler-telescoop was de eerste waarmee NASA op zoek ging naar nieuwe planeten. Het apparaat heeft de stoutste verwachtingen overtroffen, aldus de ruimtevaartorganisatie. De telescoop zal zich in zijn huidige baan steeds verder van de aarde verwijderen.

De telescoop is vernoemd naar de Duitse astronoom Johannes Kepler, die in de zestiende en zeventiende eeuw onderzoek naar de ruimte deed.

De eerste foto van de Kepler-telescoop.

'We wisten niks van planeten buiten ons zonnestelsel'

"Toen we 35 jaar geleden begonnen met het bedenken van deze missie, wisten we niks van andere planeten buiten ons zonnestelsel", zei de hoofdonderzoeker die bij het begin betrokken was, de gepensioneerde William Borucki.

"Nu we weten dat planeten overal zijn, heeft Kepler ons op een nieuwe koers gezet die vol beloften is voor ruimteonderzoek voor toekomstige generaties."

De ruimtetelescoop is in 2013, toen de primaire doelen eigenlijk al waren bereikt, even uit de lucht geweest vanwege technische mankementen. Die werden verholpen, waarna de satelliet een "tweede leven" inging.

Momenteel is de Hubble Space Telescope de belangrijkste ruimtetelescoop die in gebruik is. In 2021 wordt diens opvolger, de James Webb Space Telescope, gelanceerd met een Ariane-raket.