Op Titan, een van de manen van Saturnus, zijn enorme stofstormen gezien. Die waren tot nu toe alleen maar waargenomen op aarde en op Mars.

De stofstormen komen waarschijnlijk voort uit duinen op de evenaar van Titan. Als de deeltjes groot genoeg zijn, komen ze weer neer. Sommige stormen verdwijnen na een uur of elf weer, maar er zijn ook stormen die vijf weken aanhouden, aldus de Europese ruimtevaartorganisatie ESA.

De stormen zijn ontdekt tijdens de ruimtemissie Cassini Huygens. De ruimtesonde Cassini verging vorig jaar op Saturnus, maar verzamelde in zijn bestaan zo veel informatie dat wetenschappers nog steeds bezig zijn om de berg gegevens uit te pluizen.

Titan, in 1655 ontdekt door Christiaan Huygens, is op dit moment de enige plek buiten de aarde waarvan zeker is dat er vloeistoffen aan het oppervlak staan. Daarom zijn er misschien sporen van buitenaards leven te vinden in de vorm van minieme organismen.

Het enige verschil is dat het bij Titan niet gaat om water, maar om vloeibaar methaan. Ook is het de enige maan in ons zonnestelsel met een atmosfeer. De naar Huygens vernoemde Europese verkenner landde in 2005 op Titan.