De meeste biseksuelen in Nederland hebben er geen behoefte aan om uit de kast te komen. Ze vinden dat kunstmatig, gedwongen en niet relevant. Biseksualiteit is een belangrijk, maar niet alomvattend onderdeel van hun leven en daar hoeft niet de nadruk op te worden gelegd.

Dat blijkt uit een onderzoek waarop sociaal geograaf Emiel Maliepaard (29) volgende week promoveert aan de Radboud Universiteit in Nijmegen.

Volgens de universiteit is nooit eerder onderzoek gedaan naar het dagelijks leven van biseksuelen. Vier procent van de Nederlanders leidt een 'biseksueel leven' en 15 procent heeft gevoelens voor zowel mannen als vrouwen.

''De nadruk op een coming-out, ook in tv-programma's, strookt niet met de alledaagse werkelijkheid'', zegt Maliepaard. ''Zelfs wetenschappers stellen dat je dan pas je seksuele ontwikkeling afsluit en ten volle van vrijheid kan genieten. De meeste biseksuelen zijn het daar helemaal niet mee eens. Ze maken geen geheim van hun gevoelens, maar praten er alleen over met door henzelf gekozen anderen als dat relevant is.''

Anders dan homoseksuelen, transgenders en lesbiënnes hebben biseksuelen nauwelijks ''voorvechters op de barricades'', stelt Maliepaard. ''Deze groep heeft geen politieke drijfveer en wil geen etiket opgeplakt krijgen.''

Om die reden heeft de landelijke belangenorganisatie voor biseksuelen ook maar een tiental leden, zegt de onderzoeker. Er is ook geen behoefte aan eigen café's. Er zijn wel ontmoetingsplekken, maar die bevinden zich met name op internet.

Wil jij elke ochtend direct weten wat je 's nachts gemist hebt en wat er die dag gaat gebeuren? Abonneer je dan nu op onze Dit wordt het nieuws-nieuwsbrief!