WAGENINGEN - Een malariamug die is geïnfecteerd met een schimmel, is voor de mens aanzienlijk minder schadelijk dan eentje zonder schimmel. De schimmel remt de parasiet in de mug in zijn ontwikkeling.

Dat constateren twee internationale onderzoeksteams deze week in het wetenschappelijk tijdschrift Science. Entomologen van Wageningen Universiteit leverden de Nederlandse inbreng. De wetenschappers beschrijven een nieuwe biologische methode die malariamuggen de kans ontneemt de ziekte over te dragen. In de nieuwe benadering gebruikten de onderzoekers een schimmel in lokale Tanzaniaanse huizen als biologisch bestrijdingsmiddel.

Wanneer het insect met de schimmelspore in aanraking komt, ontkiemt deze en dringt het insect binnen. Daardoor verzwakt de mug, zodat ze bijna niet meer in staat is mensen te steken. Het is voor het eerst dat een zogeheten pathogene schimmel wordt ingezet tegen volwassen muggen. Jaarlijks sterven wereldwijd een miljoen mensen aan malaria.

Veldstudie

Willem Takken en Bart Knols van Wageningen Universiteit deden samen met Tanzaniaanse en Zwitserse collega's een veldstudie in een traditioneel dorp op het platteland van Tanzania. Daar impregneerden zij zwarte katoenen doeken met sporen van een bepaald schimmel.

In woningen met geïmpregneerde doeken werd bijna een kwart van de muggen (23 procent) met de schimmel besmet. Daardoor nam het aantal infectueuze beten per persoon af van 264 tot 64 per jaar, een vermindering van 75 procent. Dat betekent dat de bewoners gemiddeld nog slechts één keer per drie weken door een malariaoverbrengende mug worden gebeten.

Geen zin

Britse onderzoekers kwamen tot de slotsom dat in het laboratorium de overdracht van de malariaparasiet door de mug met 98 procent kan dalen als de mug met de schimmel wordt geïnfecteerd. De meeste muggen legden het loodje voordat ze de malariaparasiet volledig tot ontwikkeling konden laten komen. Andere muggen hadden klaarblijkelijk geen zin meer mensen te steken.