Vaders met hoge cortisolwaarden gaan minder sensitief met hun baby om, blijkt woensdag uit onderzoek van de Universiteit Utrecht en de Radboud Universiteit in Nijmegen.

Voor de studie hebben onderzoekers 88 zwangere vrouwen en 57 aanstaande vaders onderzocht. De deelnemers kregen de opdracht voor een pop te zorgen die continu huilde.

Tijdens die opdracht werden de cortisolwaarde en testosteronwaarde van de aanstaande ouders gemeten. Cortisol is een belangrijk hormoon dat van invloed is op stress.

Na de geboorte van hun kinderen werden de hormonen opnieuw gemeten. Dit gebeurde tijdens het verschonen van de pasgeboren baby's.

Mannen bij wie tijdens het zorgen van de pop een hoge cortisolwaarde was gemeten, gingen na de bevalling minder sensitief met hun kind om.

Volgens de onderzoekers is die verminderde sensitiviteit een belangrijke maatstaf voor de kwaliteit van zorg die zij aan hun baby verlenen. Voor de geboorte kan al voorspeld worden hoe gevoelig de mannen zijn voor hun pasgeboren kind.

Bij vrouwen is er geen samenhang gevonden tussen de niveaus van de hormonen en hun sensitiviteit.