Wetenschappers van het laboratorium Eurac in het Italiaanse Bolzano hebben onderzoek gedaan naar de maaginhoud van de duizenden jaren oude mummie Ötzi. Kort voor zijn dood heeft de ijsman onder meer vet vlees, graan en varens gegeten.

De wetenschappers vonden in zijn maag vers of gedroogd vlees van alpensteenbok en edelhert, evenals wat ongemalen eenkoorntarwe, een voorloper van de moderne tarwe. Ook waren er sporen van adelaarsvaren. Mogelijk gebruikte hij die als middel tegen parasieten in zijn ingewanden.

Zijn maag zat vol toen hij stierf. Ongeveer de helft van de inhoud was dierenvet. Dat is nodig bij zware inspanningen in extreme omstandigheden. Hoog in de Alpen moet Ötzi veel energie verbruikt hebben. Zijn lichaam werd in 1991 op 3.210 meter boven zeeniveau gevonden.

Waarschijnlijk heeft Ötzi zijn laatste maaltijd een half uur tot twee uur voor zijn dood genuttigd, wat er volgens de onderzoekers op wijst dat hij zich op dat moment veilig voelde.

Ötzi leefde tussen 3400 en 3100 voor Christus in wat nu het grensgebied van Italië en Oostenrijk is. Zijn naam is afgeleid van de Ötztaler Alpen op de grens van Oostenrijk en Italië, waar zijn lichaam gevonden werd. In zijn rechterschouder zat een pijlpunt en op zijn rechterhand zat een snee, wat betekent dat hij mogelijk door een gevecht omgekomen is.

Ötzi was waarschijnlijk ongeveer 45 jaar oud toen hij stierf. Hij was 1,65 meter lang en woog waarschijnlijk 50 tot 60 kilo.