De emigratieaanvragen die Otto Frank, de vader van Anne Frank, had ingediend om naar de Verenigde Staten te emigreren, zijn nooit afgehandeld door het Amerikaanse consulaat in Rotterdam. Eerder werd gedacht dat de familie werd geweigerd door de VS.

Dat toont nieuw onderzoek van de Anne Frank Stichting en het United States Holocaust Memorial Museum vrijdag aan. Het onderzoek geeft meer inzicht in de emigratiepogingen van de familie.

De onderzoekers volgden het papieren spoor van de visumaanvragen van de familie Frank. Ze boorden nieuwe bronnen aan en ontdekten aanvullende feiten, aldus een woordvoerder van de Anne Frank Stichting.

Vader Otto Frank heeft tot twee keer toe geprobeerd een aanvraag om met zijn gezin naar de Verenigde Staten te emigreren, in te dienen. De eerste poging strandde doordat het Amerikaanse consulaat in Rotterdam verwoest was door het Duitse bombardement op 14 mei 1940. De tweede poging in 1941 mislukte doordat de nazi's alle Amerikaanse consulaten in bezet Europa hadden gesloten. Ook een visumaanvraag voor Cuba ging niet door, in de nasleep van de aanval op Pearl Harbor.

Voor een visum moesten aanvragers destijds veel papierwerk inleveren, zoals verklaringen omtrent hun karakter, steunbetuigingen, belastingoverzichten, geboortebewijzen en trouwboekjes. Of emigratie van het gezin-Frank gelukt was als de papierwinkel wel doorgekomen was, is onzeker. De VS had destijds een zeer streng immigratiebeleid en er was geen beleid om gevluchte Joden op te nemen.

Otto Frank begon in al 1938, na de Duitse annexatie van Oostenrijk en de Kristallnacht in Duitsland, met zijn pogingen het gezin uit Nederland weg te krijgen. Toen alle inspanningen waren gestrand, dook het gezin op 6 juli 1942 onder in het Achterhuis. Daar schreef Anne haar beroemde dagboek. Otto Frank was de enige van het gezin die de oorlog overleefde. Hij overleed in 1980 aan longkanker.