De onlangs gepubliceerde dagboeken die Albert Einstein tijdens zijn reizen door Azië bijhield, blijken enkele negatieve typeringen van Aziatische volkeren te bevatten.

Einstein reisde tussen oktober 1922 en maart 1923 door Azië en bezocht onder meer China en Japan. Over de Chinezen schrijft de beroemde wetenschapper dat ze een "bedrijvig, smerig en stompzinnig volk" zijn, meldt de Britse krant The Guardian. Zelfs de kinderen zijn volgens de natuurkundige "leeg van geest en dom".

De winnaar van de Nobelprijs voor de Natuurkunde in 1921 is wel onder de indruk van de werkethiek van de Chinezen, hoewel hij daarover zegt dat "zelfs degenen die als paarden moeten werken nooit blijk van een bewust lijden geven" en ze vergelijkt met een "kudde".

Ook verwondert Einstein zich in zijn reisverslagen over de snelheid waarmee de Chinezen zich voortplanten. "Het zou jammer zijn als de Chinezen daardoor andere rassen in aantal zouden overtreffen. Die gedachte alleen al is onuitsprekelijk somber", aldus de Duitse geleerde.

Vruchtbaarheid

De "vruchtbaarheid" van de Chinezen verwondert Einstein in zijn dagboek des te meer, daar hij niet begrijpt "wat voor aantrekkingskracht de Chinese vrouwen zouden kunnen hebben waardoor de mannen hun voortplantingsdrift niet kunnen onderdrukken".

De dagboeken van Einstein zijn recent vertaald en gepubliceerd door de universiteit van Princeton, Einsteins plaats van overlijden in 1955.

Wil jij elke ochtend direct weten wat je 's nachts gemist hebt en wat er die dag gaat gebeuren? Abonneer je dan nu op onze Dit wordt het nieuws-nieuwsbrief!