AMSTERDAM - Wetenschappers uit heel Europa buigen zich in ESA's controlecentrum ESOC in Darmstadt over het onderwerp ruimtepuin. Zij stellen zich de vraag hoe erg de ruimte rond de aarde is vervuild, en wat er gedaan kan worden om ongelukken in de toekomst te voorkomen.

ESA's ruimtepuin deskundige Gerhard Drolshagen verteld over het grote gevaar van kleine deeltjes. "Onder ruimtepuin scharen we natuurlijke objecten en dingen die mensen in de ruimte hebben gebracht. Onderscheid maken we vooral op het formaat. We kunnen objecten groter dan tien centimeter waarnemen in een lage baan om de aarde en objecten groter dan een meter in de geostationaire baan."

Rakettrappen

Volgens Drolshagen worden in totaal zo'n dertienduizend objecten gevolgd. "Zeshonderd daarvan zijn werkende satellieten. De rest bestaat uit oude rakettrappen, kapotte satellieten, brandstof of overblijfselen van geëxplodeerde raketten. En hier hebben we het alleen nog over de grote objecten. Van de kleinere zijn er vele honderdduizenden."

Drolshagen vindt het belangrijk om het probleem ruimtepuin te bespreken. "Wat er nu al is aan troep, daar moeten we mee leven. Maar we moeten vooral zorgen dat er niet nog meer bij komt. We werken tijdens deze conferentie aan richtlijnen die ervoor moeten zorgen dat de ruimte begaanbaar blijft. Dat is niet alleen van belang voor wetenschappelijke of communicatiesatellieten, maar natuurlijk ook voor de bemande ruimtevaart."

Stuwstof

"Een realistische optie om ruimtepuin in de toekomst te voorkomen, is om een klein vaartuigje naar de ruimte te sturen, dat zich vervolgens vastkoppelt aan een oude satelliet en hem terugbrengt naar de aarde. Deze techniek zou bijvoorbeeld toegepast kunnen worden bij de Hubble ruimtetelescoop. Een andere oplossing is de satellieten extra stuwstof meegeven, zodat ze aan het eind van hun leven de motor aan kunnen zetten om af te remmen. Daardoor vallen ze vanzelf terug naar de aarde en verbranden in de dampkring. En tenslotte zou je een systeem kunnen bedenken zonder stuwstof, dat satellieten op een andere manier een handje helpt om beneden te komen. Het is allemaal mogelijk, maar het vergt wel een investering", aldus Drolshagen