Het gat in de ozonlaag boven Antarctica was dit najaar veel kleiner dan vorig jaar. Dat blijkt uit satellietwaarnemingen van de Amerikaanse ruimtevaartorganisatie NASA. Volgens de onderzoekers is er geen sprake van een versnelde 'genezing', maar is de krimp het gevolg van gedragingen in de atmosfeer.

Het ozongat was op 11 september van dit jaar 19,6 miljoen vierkante kilometer groot, ongeveer 470 keer de oppervlakte van Nederland, meldt NASA. Het gat bereikt zijn jaarlijkse maximum altijd in september of oktober, als de winter op Antarctica eindigt. Daarna krimpt het weer geleidelijk. De afmeting van dit jaar was de kleinste sinds 1988.

In het najaar van 2016 was de oppervlakte van het ozongat nog 23,5 miljoen vierkante kilometer, terwijl het langjarig gemiddelde sinds 1991 bijna 26 miljoen vierkante kilometer is. 

Incident

Volgens de wetenschappers van NASA kunnen we niet ieder jaar een dusdanig sterke krimp van het ozongat verwachten, en is de situatie van dit jaar slechts het gevolg van natuurlijke variabiliteit. Lagedrukgebieden zorgen vaker dan normaal voor stormachtig weer, waardoor hoge luchtlagen warmer werden dan normaal. Daardoor kregen stoffen als chloor en broom minder kans om de ozonlaag af te breken. Er is dus geen sprake van een plotselinge snelle 'genezing'.

Verbod

Sinds het jaar 2000 is de gemiddelde grootte van het gat gekrompen met 4,4 miljoen vierkante kilometer, een oppervlakte honderd keer zo groot als Nederland. De krimp is waarschijnlijk in gang gezet door het in 1987 ingevoerde verbod op schadelijke drijfgassen in spuitbussen (cfk's).

Als de krimp van het ozongat de komende jaren op hetzelfde tempo doorgaat, kan de ozonlaag boven Antarctica in 2070 volledig zijn hersteld.