Gehoor van kerkuilen niet achteruit door ouderdom

Het gehoor van kerkuilen gaat niet achteruit als de dieren ouder worden, zo blijkt uit een nieuwe studie. 

Bejaarde kerkuilen horen hoge en lage tonen nog evengoed als hun jonge soortgenoten. De cellen in de binnenoren van de dieren blijven zich op latere leeftijd waarschijnlijk steeds vernieuwen.

Dat melden Duitse onderzoekers in het wetenschappelijk tijdschrift Proceedings of the Royal Society B.

Kerkuilen leven in het wild ongeveer drie tot vier jaar, maar in gevangenschap kunnen de dieren ouder dan twintig worden.

Training

De wetenschappers trainden zeven kerkuilen (variërend in leeftijden van twee tot drieëntwintig jaar) om van de ene plek naar de andere plek te vliegen na het horen van een pieptoon. Na elke vlucht werden de vogels beloond met voedsel.

Uiteindelijk werd het gehoor van de uilen getest door de toonhoogte van de pieptoon steeds wat aan te passen. De oudere dieren bleken niet meer moeite te hebben met het horen van lage of hoge tonen dan de jongere dieren. 

Opvallend

"Uit onze gegevens blijkt duidelijk dat het gehoor van kerkuilen niet verslechtert als ze ouder worden", verklaart hoofonderzoekster Ulrike Langemann in de Britse krant The Guardian. "Die afwezigheid van gehoorverlies is vooral opvallend omdat de dieren in het wild helemaal niet oud worden."

De wetenschappers denken dat meer specifiek onderzoek naar de cellen in de oren van uilen kan leiden tot nieuwe behandelingen voor ouderdomsdoofheid bij mensen.

De belangrijkste oorzaak van ouderdomsdoofheid is slijtage van de haarcellen in het binnenoor die geluiden opvangen. Bij mensen worden er in tegenstelling tot bij kerkuilen op latere leeftijd geen nieuwe haarcellen meer aangemaakt.

Lees meer over:

Dagelijkse nieuwsbrief

Dagelijkse nieuwsbrief
Elke ochtend rond 6.00 uur weten wat het nieuws wordt?

NUwerk

Tip de redactie