ROTTERDAM - Het aantal borstkankerpatiënten dat na een operatie nog verdere behandeling krijgt, kan flink omlaag. Een nieuwe test die is ontwikkeld bij het Erasmus Medisch Centrum in Rotterdam kan beter uitwijzen welke patiënten kans hebben op uitzaaiingen. Daardoor zou 25 tot 40 procent minder patiënten een aanvullende hormonale- of chemotherapie nodig hebben.

De studie van de Rotterdamse onderzoekers verschijnt vrijdag in het medisch tijdschrift The Lancet. Nu krijgt ongeveer 80 procent van de vrouwen met borstkanker na de operatie nog een zware therapie, terwijl 60 tot 70 procent in feite al genezen is. Dat komt omdat er nog geen goede methode bestond om onderscheid te maken tussen agressieve en minder gevaarlijke tumoren.

"Aanvullende therapie na een tumorverwijdering is in de meeste gevallen een overbehandeling", zegt internist-oncoloog J. Klijn van het Erasmus MC. De nieuwe test gaat uit van een profiel van 76 genen die patiënten aanwijst met een hoog risico op uitzaaiingen naar de lymfeklieren. De test is nog niet klaar voor gebruik op grote schaal in ziekenhuizen.