AMSTERDAM - Onder regie van het Joint Institute for VLBI in Europe (JIVE) uit Dwingeloo hebben radiotelescopen over de gehele wereld uit de zwakke signalen van de Huygens sonde de windsnelheden op Titan bepaald. Dit meldt de populair-wetenschappelijke website Kennislink. Tijdens de afdaling van de Europese Huygens-sonde op 14 januari in de dampkring van Titan ging er van alles mis en waardoor kostbare informatie verloren dreigde te gaan.

De NASA's sonde Cassini, die het zwakke radiosignaal van Huygens zou opvangen en met zijn eigen zender doorsturen naar de aarde, luisterde namelijk maar half. Door een vergeten computercommando luisterde Cassini maar naar één van de twee radiokanalen. Daardoor ging de helft van Huygens' panoramafoto's verloren. Ook gegevens van een experiment om de rukwinden op Titan te meten verdwenen in de ruimte.

Het Nederlandse JIVE-instituut brengt nu redding. JIVE is een rekencentrum dat door slimme trucs radiotelescopen van over de hele wereld kan bundelen in een virtuele supertelescoop. Die is net zo gevoelig als een telescoop zo groot als de aarde zelf. Huygens' radio heeft niet meer vermogen dan een flink mobieltje, maar JIVE wist het signaal op een miljard kilometer tóch op te pikken.

Na weken van hard werken wist het instituut met de ontvangen gegevens het Doppler Wind-experimentte redden. Uit de berekeningen blijkt dat Huygens in een echte storm afdaalde: er werden windsnelheden van 120 m/s gemeten: 430 km/h, even hard als in de zwaarste aardse orkanen.