De eieren van sommige dinosauriërs hadden een beduidend langere broedtijd nodig dan altijd werd aangenomen. Het duurde in enkele gevallen zeker drie tot zes maanden voordat de jongen het daglicht zagen.

Dat hebben onderzoekers maandag onthuld in het vakblad Proceedings of the National Academy of Sciences (PNAS).

De broedduur van de twee onderzochte soorten (protoceratops en hypacrosaurus) lijkt daarmee meer op die van reptielen dan van vogels, die tussen de 11 en 85 dagen op het nest zitten. Reptieleneieren van dezelfde grootte hebben veelal twee keer zoveel tijd nodig voordat ze uitkomen.

De lange incubatie kan een rol hebben gespeeld bij het uitsterven van veel dinosauriërs 66 miljoen jaar geleden. Door die langzame ontwikkeling raakten ze achterop bij zich veel sneller voortplantende vogels, waarmee ze genetisch het meest verwant zijn, en zoogdieren.

De wetenschappers van Florida State University bestudeerden met de modernste scantechnieken en microscopen de tandgroei bij embryo's in fossiele dino-eieren uit de Gobi-woestijn en Canada.