Libellen leggen van alle insecten de grootste afstanden af, zo blijkt uit een nieuwe studie. 

Libellen die bekend staan onder de soortnaam 'wereldzwervers' reizen bij hun jaarlijkse migratie meer dan 14.000 kilometer. Dat meldt een internationaal team van onderzoekers in het wetenschappelijk tijdschrift PLOS One.  

De studie toont aan dat libellen verder migreren dan monarchvlinders, die tot nu toe bekend stonden als de meest reislustige insecten. 

De wetenschappers brachten bij hun onderzoek het DNA in kaart van wereldzwervers in hun broedgebieden (grote meren) in Noord-Amerika, Zuid Amerika en Azië.

Libellen die in India werden gevangen, bleken genetisch gezien sterk verwant te zijn aan hun soortgenoten in Texas. Dat wijst erop dat wereldzwervers uit deze twee gebieden met elkaar paren. Om dat voor elkaar te krijgen, moeten de libellen afstanden van 14.000 tot 18.000 kilometer afleggen, zo meldt nieuwssite Science Now.

Daarmee reizen de wereldzwervers een stuk verder dan monarchvlinders, die elk jaar 8.000 kilometer afleggen tussen hun overwinteringsoord in Mexico en Noord-Amerika. 

Vleugels

Wereldzwervers kunnen waarschijnlijk zo ver reizen, omdat hun vleugels een relatief breed oppervlak hebben. Daardoor kunnen ze effectief gebruik maken van de wind. De libellen vliegen op 1000 meter hoogte en eten onderweg kleine insecten of stukjes plankton die omhoog worden geblazen door de wind.

De exacte vliegroute van wereldzwervers tussen hun broedgebieden is niet bekend. Er bestaan nog geen GPS-chips die zo klein zijn dat ze aan het lichaam van de diertjes kunnen worden bevestigd.