In Nederland vonden in 2014 ruim 621.000 dierproeven plaats. Dat is een stijging van bijna 18 procent ten opzichte van 2013. 

Er werden vooral meer dierproeven gedaan met muizen, kippen, vissen, runderen, ratten en konijnen, staat in het jaaroverzicht dierproeven en proefdieren van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA). Het aantal dierproeven met paarden en resusapen en java-apen daalde in 2014.

In 2014 zijn ruim 145.000 dierproeven verricht op genetisch gewijzigde dieren. Dat is een stijging met bijna 70.000 dieren ten opzichte van 2013, staat in het verslag. Deze stijging is voor een groot deel het gevolg van een nieuwe registratiemethode.

Door de nieuwe ''strengere registratiesystematiek’’ worden sinds 2014 dieren geregistreerd die voorheen niet als ''dierproef´´ werden beschouwd. ''Het lijkt niet zeer waarschijnlijk dat er sprake is van een reële stijging, aangezien het aantal dierproeven met genetisch gemodificeerde dieren de afgelopen jaren nagenoeg stabiel is gebleven’’, aldus de NVWA.

Dierenbelangenorganisatie EDEV vindt de cijfers onacceptabel en dringt aan op maatregelen. ''Ondanks geruststellende toezeggingen van de diergebruikers en de overheid bij monde van bewindslieden afgelopen jaren is er geen enkele trendbreuk of kentering te bespeuren. Bijna 75 procent van alle dierproeven die in 2014 werden uitgevoerd zijn wettelijk niet verplicht'', aldus EDEV.