Dikke pinguïns gaan vaker onderuit als ze een eindje moeten lopen, zo blijkt uit een nieuwe studie.  

Mannetjes met een hoog vetpercentage waggelen meer en leunen opvallend ver naar voren tijdens het lopen in vergelijking tot hun dunnere soortgenoten.  

Dat verklaart waarom wetenschappers bij observaties van pinguïnkolonies vaak dieren zien omvallen. Tot die conclusie komen Britse onderzoekers in het wetenschappelijk tijdschrift PLOS One.

De wetenschappers kwamen tot hun bevindingen door de dikste mannetjes uit een kolonie koningspinguïns op de Crozeteilanden te vangen en op een loopband te zetten. 

Loopjes

Met een accelerometer werden de loopjes van de dieren nauwkeurig in kaart gebracht. De wetenschappers konden precies zien hoe ver de vogels tijden elke stap naar voren en naar achteren leunden.

Na het eerste onderzoek zetten de wetenschappers de pinguïns twee weken lang op een dieet. De dieren verloren in die periode gemiddeld twee kilo aan lichaamsgewicht en werden vervolgens opnieuw op de loopband gezet.

Hun balans tijdens het lopen bleek na het gewichtsverlies veel evenwichtiger te zijn.

Beschermen

Ook in het wild vasten pinguïns soms wekenlang. Dat gebeurt tijdens het broedseizoen als de vogels hun eieren beschermen en simpelweg niet weg kunnen om voedsel te verzamelen.

In de periode voor het broedseizoen compenseren de dieren dat gewichtsverlies alvast door binnen een maand enkele kilo's aan te komen. 

Uit eerdere studies is gebleken dat ook mensen hun loopje aanpassen wanneer ze aankomen, zo meldt nieuwssite Science Now. Personen die veel zwaarder worden, gaan over het algemeen kleinere stappen nemen. Pinguïns doen dat niet. Hun paslengte blijft onveranderd, ze gaan alleen meer waggelen en vallen daardoor soms om.

Onderzoek naar loopjes van pinguins
Onderzoek naar loopjes van pinguins