Mensen die lijden aan een spinnenfobie schatten de grootte van spinnen consequent verkeerd in.

Spinnen lijken in de ogen van mensen met een sterke vorm van arachnofobie veel groter dan dat ze in werkelijkheid zijn.

Mogelijk veroorzaakt dit vertekende beeld hun angst voor de dieren. Dat melden Israëlische onderzoekers in het wetenschappelijk tijdschrift Biological Psychology.

Vragenlijsten

De wetenschappers kwamen tot hun bevindingen door tientallen proefpersonen vragenlijsten te laten invullen over spinnen, vlinders en vogels die op foto's werden getoond.

De deelnemers moesten aangeven hoe bang ze waren voor spinnen en de afmetingen schatten van de verschillende dieren op de foto's. Mensen met een sterke spinnenangst bleken het lichaamsformaat van spinnen veel minder goed te kunnen inschatten dan het formaat van vogels en vlinders.

Discussie

De wetenschappers kwamen op het idee voor het experiment toen onderzoekster Tali Leibovich (zelf lijdend aan arachnofobie) een spin over de vloer van haar laboratorium zag kruipen en het dier wilde wegjagen.

Haar collega Noga Cohen vond dat ze zich aanstelde. In haar ogen was het een klein, onbeduidend spinnetje. Maar Leibovich hield vol dat het dier groot was. "Ik begreep niet hoe we die discussie konden hebben, terwijl we allebei dezelfde spin zagen", aldus Cohen op nieuwssite Physorg.com

Oorzaak

Uit het onderzoek blijkt nu dat alle mensen met een heftige vorm van arachnofobie de afmetingen van spinnen verkeerd inschatten. 

De wetenschappers zijn van plan om vervolgonderzoek te doen. "De grote vraag is nu of de angst voor spinnen ervoor zorgt dat deze mensen een verkeerd beeld krijgen van de dieren", aldus Leibovich. "Of dat hun verkeerde beeld juist de angst veroorzaakt."