Als beren zich voorbereiden op een winterslaap, verandert de samenstelling van de bacterieën in hun maag, zo blijkt uit een nieuwe studie. 

In de zomer worden de dieren geholpen om aan te komen door maagbacteriën die vet afzetten. In de winter leven er in de maag van de beren meer microben die vet verbranden.

Dat melden Zweedse onderzoekers in het wetenschappelijk tijdschrift Cell Reports.

De wetenschappers kwamen tot hun bevindingen door monsters te nemen van de poep van bruine beren in de zomer en de winter. Dat was niet eenvoudig, de wetenschappers kregen daarom hulp van jagers.

"Zij trokken 's winters het bos in, zochten naar een berenhol en schoten het dier buiten bewustzijn met een verdovend middel om poepmonsters te verzamelen", verklaart hoofdonderzoeker Fredrik Bäckhed op BBC News. Vervolgens deden de jagers de beren een halsband om met een zendertje, zodat er in de zomer poep van dezelfde dieren kon worden verzameld.

Muizen

De bacteriën die werden gevonden in de berenpoep werden uiteindelijk getransplanteerd naar de magen van muizen in een laboratorium, zodat onderzoekers het effect van de microben konden bestuderen.

Uit het onderzoek blijkt dat de 'zomerbacteriën' van de beren zorgen voor een toename van vet in muizenlichamen. Ondanks dat extra gewicht, bleven de muizen opvallend gezond. Ze ontwikkelden bijvoorbeeld geen symptomen van suikerziekte. "Ze kwamen aan, maar hun tolerantie voor glucose werd daar niet door beïnvloed", aldus Bäckhed.  

Muizen die 'winterbacteriën kregen toegediend, verbranden meer vet en werden daardoor niet dikker. 

Profiteren

De studie suggereert volgens Bäckhed dat bruine beren in de zomer profiteren van hun speciale zomerbacteriën. De microben zorgen er waarschijnlijk voor dat de dieren vet kunnen opslaan voor hun winterslaap, zonder dat ze last hebben van de gezondheidsrisico's van obesitas waar mensen mee te maken krijgen.