Prehistorische mensen aten waarschijnlijk regelmatig schildpadden, zo blijkt uit een nieuwe studie. 

Een Israëlische grot die 400.000 jaar geleden al werd bewoond door jagerverzamelaars, bevat verbrande overblijfselen van de botten en schilden van schildpadden.

De vonst suggereert dat de bewoners van de grot niet alleen planten en groot wild aten, maar ook regelmatig schildpadden roosterden boven een vuur als een soort bijgerecht.

Dat melden Israëlische onderzoekers in het wetenschappelijk tijdschrift Quaternary Science Reviews.   

Messen

De zogenoemde Qesem-grot bevindt zich op ongeveer 12 kilometer afstand van Tel Aviv. De grot werd ruim 200.000 jaar bewoond door verschillende groepjes prehistorische mensen, zo is uit eerder onderzoek gebleken. Al die stammen vingen waarschijnlijk schildpadden, want de resten van de dieren zijn in verschillende lagen van de ondergrond aangetroffen.

Sporen op de botten verraden volgens hoofdonderzoeker Ran Barkai op welke manier de dieren zijn bereid als maaltijd. "Waarschijnlijk werden de dieren met stenen messen in kleine stukken gesneden", verklaart hij in de New York Times. Vervolgens werden de schildpadden geroosterd en opgegeten.

Ingeblikt

Het is echter ook mogelijk dat sommige schildpadden lange tijd in leven werden gehouden en in geval van nood werden opgegeten. "We weten dat schildpadden in de loop van de geschiedenis door sommige stammen werden gebruikt als reservevoedsel, een soort ingeblikt eten", aldus onderzoekster Ruth Blasco op nieuwssite EurekAlert. "Misschien maximaliseerden de bewoners van de Quesem-grot hun voedselvoorraad met deze schildpadden."

De onderzoekers vermoeden dat de schilpadden werden gevangen door groepsleden die niet meededen aan de jacht, zoals ouderen of kinderen.

Hert

Archeologen hebben door de ontdekking een completer beeld gekregen van het eetpatroon van de prehistorische grotbewoners, vindt onderzoeksleider Barkai. Eerdere studies op menselijke gebitten en dierlijke resten uit de Qesem-grot hebben uitgewezen dat de oermensen zich vooral voedden met groot wild en plantaardig materiaal.

"We weten nu zeker dat ze ook schildpadden aten", aldus Barkai. "Ook al bood dit voedsel hen minder calorieën dan bijvoorbeeld een hert."