De eerste katten arriveerden pas rond 1800 in Australië, tegelijk met Europese kolonisten. 

Een analyse van het DNA van honderden wilde katten uit Australië suggereert dat de dieren enkele gemeenschappelijk voorouders hebben die rond 1800 arriveerden op het continent.

Waarschijnlijk reisden deze katten mee op schepen van de eerste kolonisten uit Europa.

Dat meldt het wetenschappelijk tijdschrift BMC Evolutionary Biology.

Schepen

Katten werden vroeger vaak op schepen gehouden om ratten en ander ongedierte van boord te houden. Tot nu toe bestonden er verschillende theorieën over welke zeelieden de eerste katten naar Australië brachten. 

Sommige wetenschappers vermoedden dat schippers uit Maleisië al in de zeventiende eeuw katten meenamen naar het continent. Het nieuwe onderzoek suggereert echter dat de eerste poezen waarschijnlijk aan het begin van de negentiende eeuw arriveerden, toen Australië werd gekoloniseerd door de Britten. 

"Onze analyse van de genetische structuur en diversiteit van Australische wilde katten beantwoordt eindelijk de vraag wanneer deze dieren precies werden geïntroduceerd", aldus hoofdonderzoekster Katrin Koch op nieuwssite EurekAlert.   

Bedreiging

De komst van katten naar Australië was geen goed nieuws voor de lokale natuur. De dieren vestigden zich in het wild en gingen jagen op allerlei dieren. Op dit moment bedreigen wilde katten meer dan honderd inheemse diersoorten in Australië, zoals de suikereekhoorn en bepaalde soorten muizen. De dieren speelden waarschijnlijk ook een rol bij de uitsterving van de enige inheemse papegaaiensoort van Australië, de paradijspapegaai.

"De introductie van katten in de negentiende eeuw kan absoluut worden gelinkt aan de ineenstorting van veel populaties van lokale diersoorten", aldus Koch.