Sommige dinosaurussen bouwden hun nesten op een vergelijkbare manier als moderne vogels.

Het gaat om een vogelachtige dinosauriërs die hun eieren waarschijnlijk uitbroedden in open nesten op de grond.

Dat melden onderzoekers van de Universiteit Calgary in het wetenschappelijk tijdschrift PLOS One.

Tot nu toe namen wetenschappers aan dat vrijwel alle dinosaurussen hun eieren begroeven om ze te verwarmen, zoals krokodillen dat ook doen.

Poreus

De Canadese wetenschappers kwamen tot hun bevindingen door gefossiliseerde eieren van dinosaurussen te bestuderen. Ze brachten bij verschillende soorten in staat hoe poreus de eierschalen waren.

De meeste eieren bleken zeer poreus te zijn, de schalen waren dus zo geëvolueerd dat ze lucht doorlieten. Dat suggereert dat deze eieren werden begraven door de dinosaurussen. Van een klein aantal vogelachtige soorten zoals Lourinhanosaurus bleken de eierschalen echter niet poreus te zijn. De wetenschappers vermoeden daarom dat deze dieren hun eieren in nesten in de open lucht legden, net als kieviten.

Warmbloedig

Dat zou aansluiten bij het vermoeden paleontologen dat vogelachtige dinosauriërs warmbloedig waren. De dieren konden waarschijnlijk hun eieren verwarmen met hun lichaam en hadden dus geen met aarde bedekte nesten nodig.   
Volgens onafhankelijk paleontoloog Luis Chiappe van het Los Angeles Natural History Museum is het nieuwe onderzoek zeer betrouwbaar. "De bevindingen zijn heel logisch", verklaart hij op nieuwssite Science Now.

De wetenschapper vermoedt dat de open nesten de eerste stap waren naar de vogelnesten in bomen die we nu kennen.