Jagerverzamelaars die in de laatste ijstijd op de Kaukasus leefden, behoorden tot een nog onbekende groep voorouders van alle huidige Europeanen.

Britse wetenschappers hebben botresten geanalyseerd van twee individuen die respectievelijk 13.300 en 9.000 jaar geleden in het gebied leefden waar nu Georgië ligt.

Het dna suggereert dat deze jagerverzamelaars zich in de bronstijd aansloten bij een groep nomadische herders uit het Midden-Oosten die zich uiteindelijk vermengden met de Europese bevolking.

Dat melden onderzoekers van de Universiteit van Cambridge in het wetenschappelijk tijdschrift Nature Communications.    

Afrika

Uit het dna-onderzoek blijkt dat de jagerverzamelaars afstammen van de eerste mensen die Afrika verlieten. Een kleine groep van deze migranten trok naar de Kaukasus, zo blijkt uit het erfelijk materiaal. Daar raakte de groep tijdens de laatste ijstijd geïsoleerd van alle andere bevolkingsgroepen. 

Pas na de dooi van het ijs vermengden de jagerverzamelaars zich vermoedelijk met een samenleving van herders die vanuit het Midden-Oosten naar Europa trokken. Zo ontstond de zogenoemde Jamnacultuur, die onder meer verantwoordelijk was voor de uitvinding van metalen gereedschap.

Puzzelstukje

"Deze Jamnacultuur had een genetische component die we lang niet konden plaatsen", aldus onderzoeker Andrea Manica op de nieuwssite van de Universiteit van Cambridge. "Nu kunnen we zien dat het ging om een dna-lijn van een groep mensen die zich schuilhield in de Kaukasus tijdens de laatste ijstijd."

De genen van de onbekende stam zijn volgens hoofdonderzoeker Daniel Bradley terug te vinden in bijna alle Europese volkeren. "Dit is een belangrijk nieuw puzzelstukje in de menselijke stamboom, dat aanwezig is in bijna alle populaties op het Europese continent."