Wetenschappers hebben met behulp van de ruimtetelescoop Hubble oeroude sterrenstelsels ontdekt die het heelal vermoedelijk doorzichtig hebben gemaakt. 

De ruim 250 sterrenstelsels zijn 600 tot 900 miljoen jaar na de oerknal ontstaan en stralen een zeer zwak licht uit.

Veel van de stelsels hebben vermoedelijk een rol gespeeld bij een proces dat ervoor zorgde dat een dichte mist van waterstofgas in het heelal oploste.

Dat meldt de nieuwssite van de ruimtetelescoop Hubble.

Licht

Het licht van de oeroude sterren is alleen zichtbaar omdat het wordt versterkt door jongere sterrenstelsels die dichter bij de aarde liggen. "Het licht is zwakker dan dat van alle andere sterrenstelsels die zijn ontdekt bij de diepste Hubble-observaties", aldus hoofdonderzoeker Johan Richard op nieuwssite ScienceDaily.

Uit een analyse van het ruim 12 miljard jaar oude licht blijkt dat een groot aantal van de nieuw ontdekte sterrenstelsels hebben bijgedragen aan de zogenoemde reïnosatie van het heelal, oftewel het transparant maken van universum.

Na de oerknal was het heelal lange gevuld met een dichte mist van waterstofgas. Deze mist trok pas op door de straling van de eerste sterrenstelsels. 

Doorzichtig

Pas 700 miljoen jaar na de oerknal kreeg het universum door het reïnosatieproces zijn huidige, geheel doorzichtige vorm.

Volgens de wetenschappers hebben de kleinste sterrenstelsels de grootste bijdrage geleverd aan het transparant maken van het heelal. Deze stelsels produceerden weliswaar relatief weinig straling, maar ze waren zo talrijk dat ze de meeste mist hebben verdreven.