Milieumaatregelen tegen stikstof blijken nog onvoldoende effect te hebben om de achteruitgang van het aantal bospaddenstoelen te stoppen. In de bossen zijn steeds minder soorten en aantallen te vinden.

Dat constateert het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) vrijdag op basis van de jongste analyses. Ook de droogte speelt een rol in de achteruitgang.

Vooral paddenstoelen als de cantharel, de vliegenzwam en het eekhoorntjesbrood doen het slecht en profiteren onvoldoende van de schonere verbrandingsmotoren in het verkeer en de verminderde uitstoot van stikstof in landbouw en industrie.

Het aantal vliegenzwammen is in vijftien jaar (1999-2014) met liefst 63 procent afgenomen. De tellingen van het eekhoorntjesbrood wijzen een teruggang van 39 procent uit. Het CBS baseert zijn analyses op het paddenstoelenmeetnet, waarvoor vrijwilligers de gegevens aanleveren.

Gevoelig

Volgens het statistiekbureau zijn stikstofoxiden (stikstofoxide en stikstofdioxide) van invloed op die terugloop. Paddenstoelen zijn gevoelig voor de hoeveelheid stikstof in de lucht, die neerslaat op de bomen en zandgronden in de bossen. Sinds het begin van de tellingen in 1999 is geen verbetering geconstateerd en neemt de hoeveelheid paddenstoelen gestaag af.

Sommige soorten verdwijnen zelfs. De bruine anijszwam is vorig jaar niet meer waargenomen. Zeldzame soorten als de koperrode spijkerzwam en de goudplaatzwam zijn nauwelijks gezien.

Reuzenzwam

De reuzenzwam, een soort die oudere en verzwakte loofbomen als beuken infecteert en laat afsterven, is daarentegen bezig aan een opmars. Dat komt vooral doordat de bossen aan het verouderen zijn en loofbomen daarin verzwakken.

Wim Ozinga, paddenstoelenkenner verbonden aan het onderzoeksinstituut Alterra in Wageningen, beaamt dat een oorzakelijk verband bestaat tussen luchtvervuiling en de achteruitgang van de soorten. "Veel paddenstoelen kunnen slecht tegen hoge stikstofgehaltes. Met name soorten die samenleven met bomen zijn hier gevoelig voor", aldus de wetenschapper.

Paddenstoelen spelen met ruim vijfduizend soorten een sleutelrol in het functioneren van veel ecosystemen, constateert Ozinga. Om de teruggang te keren is een verdere verbetering van de luchtkwaliteit noodzakelijk.