Het onderzoek naar de laatste tsarenfamilie in Rusland, die op 17 november 1918 werd vermoord, wordt nieuw leven ingeblazen. 

Bijna honderd jaar na de moord op tsaar Nicolaas II zijn z'n overblijfselen 'opgegraven'. Ook de resten van zijn eveneens vermoorde erfgenamen, zoon Alexej en dochter Maria, worden onderzocht.

Dat gebeurt op verzoek van de russisch-orthodoxe kerk. De kerk betwijfelt de echtheid van de resten van Maria en Alexej. De beenderen werden in 2007 gevonden in in een bos in het Oeral-gebergte.

Al eerder waren er twijfels over de authenticiteit van de botten. Forensische experts hebben daar echter nooit bedenkingen bij gehad.

De beenderen van Alexej en Maria worden nu vergeleken met het DNA van Nikolaas II en diens toenmalige vrouw Alexandra. Experts hebben daartoe woensdag monsters genomen uit het graf in de Petrus- en Pauluskathedraal in Sint-Petersburg. Daar is de tsarenfamilie in 1998 bijgezet.